Behind the numbers #4: De Leidse bevolking heeft een vervangingssnelheid van 10,7 jaar

Door Fianne de Boer

Veel media, bestuurders, beleidsmedewerkers en anderen zijn dol op cijfers. Bij Blaauwberg zijn we dat ook, maar we weten ook dat een cijfer zonder duiding weinig betekent. In deze reeks gaan we op zoek naar het verhaal achter de cijfers.

Deze keer: de bevolking van Leiden wordt nu rekenkundig elke 10,7 jaar vervangen

Als je verschillende steden of gemeenten met elkaar wil vergelijken, kun je dat op honderden verschillende manieren doen. De kunst is om uit de stortvloed van cijfers die beschikbaar zijn, de juiste parameters te kiezen. Of, op basis van bestaande cijfers, zelf een parameter samen te stellen.

Een parameter die we bij Blaauwberg zelf hebben samengesteld en vaak gebruiken in het vergelijken van verschillende plekken is de “vervangingssnelheid”.  We noemen Leiden soms een “wasmachinestad”: een metafoor voor een plek waar steeds nieuwe (jonge) mensen heenkomen om gevormd te worden, iets te beleven, uit te zoeken wat ze willen, om vervolgens de stad weer te verlaten en ruimte te maken voor een volgende groep. Daardoor verandert de bevolking van Leiden constant – rekenkundig gezien zouden we elke 10,7 jaar een compleet nieuwe bevolking kunnen hebben. Maar wat bedoelen we daarmee?

Eerst weer even de drie vragen zodat het duidelijk is waar we het over hebben. Wat is:

  1. De aard van het cijfer: is dit een absoluut cijfer, een indexcijfer, een percentage of iets anders? Hoe is het berekend?
  2. De definitie van de begrippen die het cijfer omschrijven: is er maar één mogelijke uitleg of kun je dat beter even controleren?
  3. De bron van het cijfer: waar komt het vandaan? Uit welk jaar? Is het een opiniepeiling of gaat het om feitelijke cijfers?

De vervangingssnelheid van de bevolking berekenen we door de bevolking van een plaats in een bepaald jaar te delen door het aantal nieuw gevestigde inwoners in dit jaar. Op deze manier kun je uitdrukken hoeveel jaar het – met de huidige snelheid – zou duren om de gehele bevolking te vervangen.

Zie het plaatje hiernaast voor een voorbeeld. Stel je hebt een bevolking van 120.000 mensen, en elk jaar verhuizen er 10.000 hierheen en gaan er 10.000 weer weg. Na één jaar is dan 1/12 van de bevolking vervangen, na drie jaar een kwart, en na 12 jaar zijn er genoeg mensen bijgekomen om de gehele bevolking te vervangen. Natuurlijk gebeurt dit niet echt. Sommige mensen blijven veel langer dan de vervangingstijd ergens wonen en veel mensen blijven er korter, maar het geeft wel een goed beeld van hoeveel er ergens relatief verhuisd wordt.

De cijfers in dit artikel komen zoals altijd van het CBS. Om fluctuaties op te vangen, pakken we het gemiddelde van drie jaar, het gaat hier de periode 2020-2022. De inkomende verhuizingen zijn een som van tussen Nederlandse gemeenten verhuisde personen en uit het buitenland verhuisde personen (immigratie).

Waar komen Leidenaren vandaan?

Het antwoord is dus niet Leiden. Er wonen uiteraard ook geboren en getogen Leidenaren in de stad, maar door de hoge verhuizingssnelheid is de achtergrond van de huidige Leidenaren zeer gemixt. In onderstaande tabel een overzicht van waar mensen in de periode 2020-2022 vandaan naar Leiden verhuisden.

Bijna 30% kwam uit het buitenland (waaronder veel mensen met een Nederlandse nationaliteit) en daarnaast kwamen mensen uit andere steden in de Randstad en uit de regio. Overigens wordt dit uit de top 10 niet duidelijk, maar er zijn genoeg landen waar Leiden meer inwoners mee uitwisselt dan met andere Zuid-Hollandse gemeenten. Zie het kader hiernaast voor een aantal sprekende voorbeelden. 

Wie hier spontaan xenofoob van dreigt te worden, wees gerust: voor elke drie inkomende buitenlanders, vertrekken er ook weer twee. Dat hoort bij de wasmachine.

In de afgelopen drie jaar verhuisden er meer mensen uit India dan uit Zoeterwoude naar Leiden, meer mensen uit China dan uit Noordwijk en meer uit Frankrijk dan uit Lisse. Ook op kleinere schaal leidt dit tot grappige situaties. Ik ben ooit uit Vught (NB) naar Leiden verhuisd; daarmee ben ik een zeldzamer soort dan mijn Canadese partner…

Dáár zijn alle meisjes heen

Zoals hoort bij een stad met veel studenten en kenniswerkers, die hier, zoals eerder gezegd, voor hun vorming komen, zijn nieuwkomers in Leiden voornamelijk tussen de 18 en de 30 jaar oud. Daarnaast zijn het, zeker in die leeftijd, vaker vrouwen dan mannen, zoals ook te zien in dit overzicht:

Hoge toeren

Om maar even bij de wasmachine metafoor te blijven: hij draait altijd al, maar de laatste jaren wel op hogere toeren. In onderstaande grafiek is te zien hoeveel mensen zich jaarlijks gevestigd hebben, hoeveel er weer vertrokken zijn, en hoe dat invloed heeft op de grootte van de bevolking. De omvang van de Leidse bevolking is al jaren vrij stabiel, maar het aantal mensen dat ieder jaar naar de stad verhuist en weer vertrekt, neemt wel toe van circa 6.000 naar circa 11.000. De snelheid waarmee de bevolking zich vervangt neemt dus toe: in 1988-1990 was er nog sprake van een vervangingssnelheid van 16,7 jaar.

Alphen is een sokkenla

In Leiden komen er dus constant mensen bij en gaan er steeds weer mensen weg. Dat is echter niet overal zo. Er zijn ook gemeenten waar – ten opzichte van de bevolking – weinig mensen heen en vandaan verhuizen. Dat zijn geen steden waar mensen heengaan om gevormd te worden en weer door te gaan, het zijn plekken waar mensen heengaan om te blijven. Hieronder een overzicht van de vervangingssnelheid in gemeenten met meer dan 70.000 inwoners.

Amstelveen, populaire stad onder in Amsterdam werkende kenniswerkers, vervangt zichzelf het snelst (elke 7,8 jaar), gevolgd door de grotere studentensteden. Aan de andere kant zie je gemeenten die minder nieuwe mensen trekken: Hoeksche Waard (27,1 jaar), Emmen (25,0 jaar), Apeldoorn (21,9 jaar) en hier in de buurt Alphen aan de Rijn (21,6 jaar). Beide kanten hebben hun uitdagingen: een hoge vervangingssnelheid betekent steeds opnieuw de bevolking ‘opvoeden’ over hoe dingen moeten en de noodzaak tot nieuwe sociale samenhangen; een zeer lage vervangingssnelheid betekent vaak een hoge mate van vergrijzing van de bevolking en veroudering van het huizenbestand.

Een vraag of opmerking naar aanleiding van dit stuk? Stuur vooral een mailtje naar fiannedeboer@blaauwberg.nl.

En houd de nieuwsbrief in de gaten voor het volgende cijfer in deze reeks!

Gerelateerde artikelen

Meer artikelen

Waar zijn alle meisjes heen?

Waar zijn alle meisjes heen?: Mannen- en vrouwensteden na de verkiezingen Door Aart van Bochove In India is de opmars van vrouwen goed te zien. Ze gaan massaal de straat op om [...]

Een wachtkamer in de woestijn?

Een wachtkamer in de Afrikaanse woestijn? De opa van mijn echtgenote is in 1900 geboren. Hij verdiende zijn brood met de handel in olie. Niet wat we daar tegenwoordig onder verstaan – [...]

Verbeeldingskracht in Deurne

Verbeeldingskracht in Deurne Deurne start per 1 januari met een Ondernemersfonds. In een eerdere nieuwsbrief deelden we al de toegift die Rob op persoonlijke titel schreef over ‘zijn dorp’. Het ambitieniveau in Deurne [...]

Neem contact op

Neem contact met ons op via bijgaande contactgegevens. Wij komen spoedig met een reactie.

Inschrijven voor onze nieuwsbrief: