Raadsverkiezingen jagen verschillen aan in kansen tussen steden

We werken bij Blaauwberg veel met een ‘typologie’. Een typologie is een methode om een wijk, dorp of stad te beschrijven en samenhang te ontdekken tussen de feiten. Voor zo’n typologie beginnen we bij de cijfers: aantal arbeidsplaatsen, woningklasse, opleidingsniveau en noem maar op. Daarna zoeken we naar verbanden en naar herkenbaarheid: hebben we dit patroon al eerder gezien? En we gaan gewoon kijken: op de ov-fiets door een wijk. Zijn er veel mensen op straat? Zwerfvuil? Parkeerdruk?

Credits: Pexels

Een zeer praktisch voorbeeld is zo’n fietstochtje door een wijk die je op basis van de cijfers een volkswijk kunt noemen: veel corporatiebouw, lage inkomens. Als je er in december vroeg in de avond rondfietst zie je ook een ‘volkscultuur’: ramen vol kunstsneeuw en rendieren. Maar tussen die versieringen zitten ook ramen met strakke windlichten en Aziatische sierplanten. Dat voedt het vermoeden dat het een ‘volkswijk in transitie’ is. Weer op kantoor ga je dat nazoeken: zijn er cijfers of andere gegevens die er op duiden dat de wijk in beweging is? Dat er ‘gentrificatie’ of een ander proces gaande is?

We merken dat deelnemers aan onze leergangen enorm blij zijn met zo’n typologie, vooral als ze voor de overheid werken. Een typologie geeft houvast en reliëf aan het beeld van wijk of stad. En de overheid kan het zelf niet doen: een typologie is een veredelde vorm van labelling of framing. Dat is een particulier bureau toegestaan, maar een overheid moet zich een neutraal taalgebruik aanmeten.

aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa

Stedentypologie

De vijftig grootste gemeenten van Nederland delen we vaak in met een drieledige typologie:

  • We hebben het over kennissteden. Daar zijn veel hbo- en wo-opgeleiden, meer dan 50% van de beroepsbevolking. Dat wordt niet door de aanwezigheid van een universiteit bepaald (studenten tellen niet als ‘hoogopgeleid’), maar door de structuur van de werkgelegenheid. Daarmee hangen samen een oververtegenwoordiging van 18 tot 40-jarigen, een zeker vrouwenoverschot, een milde vergrijzing, een stabiel of dalend autobezit en een hele reeks andere kenmerken. Utrecht, Amsterdam, Leiden, Nijmegen, Groningen en sinds kort Eindhoven horen tot dit stedentype

aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa

  • Dan hebben we het over ‘steden onderweg’. Dat zijn steden met een groeiend aantal hbo- en wo-opgeleiden – boven de 40% van de beroepsbevolking – en bijbehorende kenmerken, maar ze zijn er nog niet. In deze categorie plaatsen we op grond van cijfers en feiten onder meer Den Haag, Rotterdam, Tilburg, Arnhem

aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa

  • En dan komen we op ‘achterlandsteden’. Dat zijn steden waar het aantal hbo- en wo-geschoolden 30% of minder bedraagt en slechts langzaam of niet groeit, waar een mannenoverschot zit en de vergrijzing voortgaat, waar de structuur van de werkgelegenheid onder druk staat en waar geen beweging te bespeuren is in de richting van een kennisstad. De meeste ‘new towns’ en de industriesteden die groot werden in de jaren 1960 en 1970 van Nederland zitten in deze categorie: Zoetermeer, Spijkenisse, Emmen.

Het aantal werkenden met een hbo- of wo-opleiding is de ’trekker’ van veel typekenmerken. We leven in een ‘meritocratie’ of diplomademocratie: voor je kansen in het leven hangt veel af van je opleiding. Gelijke onderwijskansen zijn een motor voor verandering.

Maar er is nog een variabele die in een oogopslag al heel veel zegt over het stedentype: het stemgedrag.

aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa

Stemgedrag en stadstypering

De kennissteden hebben sinds de eeuwwisseling een vergaande electorale stabiliteit ontwikkeld. Als je de resultaten van GL, PvdA, D66, PvdD en Volt bij elkaar optelt tot een ‘linksliberaal’ blok, dan komen die blokken bij alle verkiezingen – raden, staten, kamer, Europarlement – consistent op tussen de 48% en 62%. Met een enkele centrumpartij erbij – CDA, CU, VVD – zijn in die steden stevige coalities te bouwen. Alleen Eindhoven – nieuwkomer in het rijtje met een meerderheid van hbo- en wo-opgeleiden – loopt electoraal nog iets achter (44% bij de raad van maart 2026).

De politieke cultuur in die steden is stabiel en berekenbaar. Er is een brede meerderheid voor de koers van de stad: verdichting, verstedelijking, vergroening, parkeerbeleid, gelijke kansen, inclusie, beheersen van groei, ‘mixed zones’in woon- en werkwijken.
Voor de ‘marktpositie’ van die kennissteden is die stabiliteit een enorme bonus. Investeerders – uit binnen- en buitenland, van private en publieke snit – zijn er gek op. Ze zitten graag met een linksliberaal bestuur om tafel, zolang dat gebeurt met de aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat verwachtingen en afspraken ook na een wethouderswissel overeind blijven.
Je kunt zo bezien ook een asielzoekerscentrum als onderdeel van een investeringsklimaat beschouwen. De rust waarmee de asielopvang in de kennissteden wordt opgepakt, onderstreept hun reputatie als stabiel en nieuwkomersvriendelijk.

De ‘steden onderweg’ zijn daarentegen politiek uitermate spannend. De koers ligt nog niet vast, het gaat in de gemeenteraden echt ergens over. Ook in deze steden is een flink linksliberaal blok, maar het wordt geflankeerd door een groot lokaal-populistisch blok. Er zijn twee reuzen. Die kunnen proberen samen te werken: dan haal je het koersdebat de coalitie in. Ze kunnen ook ieder voor zich proberen een meerderheid met kleinere partijen bij elkaar te sprokkelen: dan bestaat het risico dat na de volgende verkiezingen de grote concurrent jouw werk weer gaat afbreken. Op het moment van schrijven gaat Rotterdam het proberen via linksliberaal, Den Haag via lokaal-populistisch. Bijna een tweepartijenstelsel naar Amerikaanse snit.
Overigens haalt dat lokaal-populistische blok de lucht weg voor ‘rechts van de VVD’ (FvD, PVV, JA21, BvNL). In Den Haag haalde ‘rechts van de VVD’ bij de Kamerverkiezingen van 2025 23%, bij de raad van 2026 een marginale 3%. Linksliberaal kwam bij de raad uit op 38%, lokaal-populistisch op 34%.

De echte instabiliteit zit in de ‘achterlandsteden’.  In Emmen ging linksliberaal van 15% bij de Kamer van 2023 naar 30% bij de Kamer van 2025 en terug naar 18% bij de raad van 2026. ‘Rechts van de VVD’ ging van 17% bij de Staten van voorjaar 2023 naar 40% bij de Kamer van najaar 2023. En bij de raad van 2026 kwam lokaal-populistisch met 39% tevoorschijn.

aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa

Instabiliteit als negatieve vestigingsvoorwaarde

Als we de stelling dat stabiliteit goed is voor investeringen omdraaien en poneren dat instabiliteit investeerders afschrikt, is het electoraat in de achterlandsteden bezig zichzelf in de voet te schieten. De afstand tot de goed functionerende kennissteden wordt groter en groter. Op het moment van schrijven nadert de coalitievorming in veel gemeenten z’n voltooiing. Kranten en televisie tonen volkomen nieuwe lokale politici die wethouder worden en resoluut aankondigen dat er geen asielzoekerscentra meer gaan komen.
Wat betekent dat voor je identiteit? Voor de stadsmarketing? Voor de verwelkoming van andere nieuwkomers, zoals ondernemers en investeerders met kapitaal op zak? Voor de vooruitzichten over vier jaar, wanneer er weer een nieuwe partij opstaat?

De raadsverkiezingen van 2026 hebben globaal drie dingen opgeleverd:

  • Voortgezette stabiliteit in de kennissteden
  • Een flink aangezet koersdebat tussen twee grote blokken in de ‘steden onderweg’
  • Een groeiend blok van lokaal-populistisch plus ‘rechts van de VVD’ dat hier en daar tot voorbij de 40% reikt (Alphen 41%, Emmen 54%), maar de afgelopen electorale rondes om de paar maanden van samenstelling en samenhang veranderde.

De kans bestaat dat die drieledige typologie over een jaar of twaalf tweeledig is geworden: de huidige kennissteden, aangevuld met een aantal van de huidige ‘steden onderweg’. En een grote groep instabiele ‘achterlandsteden’. Twee lokale politieke, economische en culturele werkelijkheden die uit elkaar groeien.

Gerelateerde artikelen

South Africa at a Crossroads

South Africa at a Crossroads  De Nederlanse versie is onderaan het artikel te vinden I Love South Africa, But I’m Scared   A South African trying to explain a country that even South [...]

Meer artikelen

Een woedende vriendin. Eindelijk

Een woedende vriendin. Eindelijk. Ik heb een vriendin van Turkse komaf. Ik noem haar in dit verhaal A. Ik ken haar inmiddels bijna 35 jaar. Ik heb haar nog nooit zonder hoofddoek [...]

Deel 1: de aanstaande bevolkingskrimp

Deel 1: de aanstaande bevolkingskrimp In de vorige Blaauwdruk schreef ik mijn verbazing uit over de razendsnelle daling van de vruchtbaarheid in Turkije, van net boven de vervangingsratio van 2.1 kind per vrouw [...]

Minka’s Kleine Wereldstad

Minka's Kleine Wereldstad Inmiddels werk ik alweer ruim acht maanden bij Blaauwberg. Ik weet nog goed dat ik net een maand binnen was, nog druk bezig om de Ondernemersfondsen een beetje onder [...]

Neem contact op

Neem contact met ons op via bijgaande contactgegevens. Wij komen spoedig met een reactie.

Inschrijven voor onze nieuwsbrief: