Stedelijke armoedebestrijding: de twee sleutelstrategieën

Nederland bestrijdt de stedelijke armoede met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). In dat programma hebben gemeenten en ministeries afspraken gemaakt over het aanpakken van armoede en onveiligheid in twintig wijken. De kleinste van die 20 wijken is Vlaardingen West met 13.000 inwoners, de grootste Amsterdam Nieuw West met 165.000 inwoners. Bij elkaar hebben de wijken 940.000 inwoners.
Het programma heeft een doorlooptijd van twintig jaar. Dat is een mooie, realistische termijn. Een wijk echt veranderen doe je immers niet binnen de geijkte bestuursperiode van vier jaar.
Blaauwberg is actief in twee van de twintig gebieden: Den Haag Zuidwest en Tilburg Noordwest.
Actief zijn wil in ons geval zeggen: leergangen verzorgen voor de mensen van gemeenten, politie, corporaties, onderwijs, instellingen voor zorg en anderen die feitelijk vormgeven aan de armoedebestrijding. Met allerlei van kennisoverdracht afgeleide activiteiten, zoals contra-expertise leveren bij wijkplannen en meedenken over projecten en de samenhang daartussen.
In de afgelopen jaren hebben we honderden mensen gesproken en honderden pagina’s tekst geproduceerd. Natuurlijk is ieders bijdrage in het bestrijden van dat veelkoppig monster van de armoede nodig en welkom. Maar als je mij nu midden in de nacht wakker maakt en me twintig seconden geeft om te zeggen wat er in die twintig jaar echt moet gebeuren, kom ik met twee dingen. Zo eenvoudig kan het zijn. Al zijn die twee dingen ook alweer complex genoeg. Ik ga ze straks benoemen.
Wat is armoede?
Maar eerst: waar hebben we het over?
De Nederlandse overheid hanteert een armoedegrens. Die grens wordt periodiek vastgesteld door drie instellingen: NIBUD, SCP en CBS. Die drie bepalen welk inkomen een huishouden minimaal en exact nodig heeft om te voorzien in basisbehoeften. Zit je onder die grens, dan kom je in aanmerking voor inkomenssteun door de overheid. Gemeenten zijn vrij in het naar boven variëren van die grens. Of ze dat doen, hangt af van hun eigen financiële positie. Zo stelt Delft 105% van het NIBUD/ SCP/ CBS bedrag vast als maximum inkomen om voor gemeentelijke toeslagen in aanmerking te komen. Amsterdam gaat in sommige gevallen tot 150% van dat vastgestelde minimum.
Voor het NPLV heeft deze definitie niet veel betekenis. Inkomenssteun is armoedeverzachting, je maakt het leven iets draaglijker. Armoedebestrijding – het doel van het NPLV – is iets anders: je wilt de afhankelijkheid van inkomenssteun beëindigen.
In programma’s van de EU en de OECD komen andere definities voorbij, zoals:
“Stedelijke armoede is een situatie die individuen en families raakt in stedelijke gebieden met weinig sociale en economische voortuitgang, met vaak een intergenerationele armoede als gevolg, onzekere of informele arbeid en kwetsbaarheid voor economische tegenslag en omgevingsgevaren”.
In deze definitie draait het dus niet alleen om inkomen. Het gaat ook om de omgeving waar je woont en het gebrek aan veerkracht om tegenslagen op te vangen. De omgeving moet mee veranderen.
aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa
Waarom zit de armoede juist in deze wijken?
Wat zijn dat voor wijken, die twintig NPLV-gebieden? Als je ze op en rijtje zet, blijken ze tenminste drie dingen gemeenschappelijk te hebben:
- Het overgrote deel van hun woningen komt uit de jaren 1945-1990, met de nadruk op de jaren 50 tot 80. Ze komen uit de tijd van de massaproductie van huizen, vanwege de enorme vraag vanuit de babyboomgeneratie. Snel bouwen op nieuwe grond aan de rand van de steden.
- Ze hebben bijna allemaal heel weinig werkplekken, conform het idee van de toenmalige stedenbouw dat je wonen en werken moest scheiden. De uitzonderingen zijn de wijken waar later een bedrijvencomplex tegenaan is gebouwd, zoals het gebied rondom de Amsterdam Arena naast de Bijlmer. Maar dat zegt weinig over hoe het een kilometer verderop is.
- Ze hebben allemaal een zeer hoge verhuissnelheid, veel hoger dan het gemiddelde van de steden waar ze deel van uit maken. Er zijn nog best plekken in de wijken waar mensen heel lang wonen, maar het algemene beeld is dat het doorgangswijken zijn, de eerste plek waar migranten neerstrijken. In Den Haag Zuidwest maken migranten intussen driekwart van de bevolking uit. Het zijn geen ‘blijfwijken’.
Dan kom ik nu op mijn twee dingen in twintig seconden voor twintig jaar.
Het eerste is veel meer werkplekken scheppen in de wijk.
Het tweede is een scholingsoffensief met dezelfde ‘power’ als de grote sprong die de babyboomers in de vroege jaren zeventig maakten.
aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa
De functioneel gemengde wijk
Eerst die werkplekken. Een ‘normale’ stadswijk heeft 60 of 65 werkplekken per 100 inwoners. In stadscentra en in sommige woonwerkwijken is dat natuurlijk veel meer. Die 60 werkplekken in woonwijken zijn geen bedreiging voor de centrumfunctie van binnensteden en bedrijventerreinen. Ze zorgen wel voor levendigheid, reliëf, prikkels en verkeer in de wijk.
Uit het buitenland weten we dat de stedelijke armoede zich vooral concentreert in de gordel van suburbane gebieden rondom de steden. De ‘suburbs’ zijn gebouwd voor de massaliteit van de babyboomers. Het wonen in het groen met uitgebreide autovoorzieningen was voor een groot deel van die generatie een woonideaal. Maar dat is geweest. Als je nu in die gebieden gaat kijken, zie je soms stratenlang geen mens op straat.

Foto’s genomen in Tilburg West. Voorbeelden van ‘dode plinten’.
Ook niet in Den Haag Zuidwest of Tilburg Noordwest. Het is een eenzijdig landschap met lange zichtlijnen, grote ongebruikte groenvlakken, onuitnodigende plinten en parkeerterreinen met zwerfvuil. Het aantal werkplekken zit tussen de 18 en de 35 per 100 inwoners. Als je in zo’n wijk woont, heb je geen prikkel om naar buiten te gaan en contact te zoeken met anderen.
Het patroon is in binnen- en buitenland zo hardnekkig, dat ik er wel een onheilsprofetie aan durf te verbinden. Als het tijdens de programmaduur van het NPLV niet lukt om het aantal werkplekken in de wijken naar 55 tot 65 per 100 inwoners te tillen, kun je na afloop van het programma weer opnieuw beginnen. Het doorbreken van het eenzijdige woonkarakter van de wijken is bepalend voor het succes van de armoedebestrijding. Het gaat niet om de aanwezigheid van werk in de omgeving. Het gaat om bedrijvigheid in de wijk zelf als bron van dynamiek. De beste prikkel om in beweging te komen is beweging zien.
Dat patroon werd in 1961 al voorspeld door Jane Jacobs in haar ‘Life and Death of Great American Cities’. Toen moesten de meeste van die suburbs en buitenwijken nog gebouwd worden. Niet elke eenzijdige buitenwijk is arm. Maar de arme wijken zijn wel bijna allemaal eenzijdige buitenwijken.
Het gevaar dreigt we de fout herhalen. Er is woningnood en de achtereenvolgende ministers willen tot 100.000 huizen per jaar bouwen. Net als hun verre voorganger Bogaers, die dat getal in 1966 haalde. En waar willen de huidige ministers hun 100.000 halen? Juist, in de NPLV-wijken, want daar is ruimte voor verdichting. De les is simpel: voor elk appartement wat je in die wijken aan de voorraad toevoegt, tenminste twee werkplekken in de nabije omgeving realiseren.
Geen huizen bouwen, maar een wijk bouwen.
aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa
Een nieuw scholingsoffensief
Dan de scholing. Mijn stelligheid over de effectiviteit daarvan komt niet voort uit de vergelijking van gebieden (zoals bij het vorige punt) maar het doortrekken van een lijn uit de geschiedenis. Er is een ijzersterk statistisch verband tussen opleidingsniveau aan de ene kant en welvaart en welbevinden aan de andere kant. Dat statistisch verband is ontstaan toen aan het einde van de jaren zestig de poorten van het voortgezet en hoger onderwijs wijd open werden gegooid en heel Nederland massaal ging doorleren. En dat deden niet alleen de jongeren. Er was massaal avondonderwijs, waar volwassenen de schoolbanken kwamen vullen.
Het elan van toen is nu bijna niet meer voorstelbaar. Ik kreeg toen ik 10 was van de meester op de basisschool te horen dat ik geschikt was voor de mulo en dat gold als voldoende basis voor een kantoorbaan, met nog wat bijscholing in de avonduren. Mulo zouden we nu gelijk stellen aan vmbo-t. En vmbo-t is nog slechts een vooropleiding. Sterker nog: als je het waagt om met vmbo-t een baan te gaan zoeken, voldoe je niet eens aan de startkwalificatie voor de arbeidsmarkt (daarvoor moet je na het vmbo ook nog twee jaar mbo doen).
Deze startkwalificatie dateert uit 1969 en gold toen als een stevige ambitie. Zie maar eens een hele bevolking naar dat niveau te tillen. Halverwege de jaren 60 gold omstreeks 5% van de beroepsbevolking als hoogopgeleid (dat is nu ongeveer 40%) en minder dan 10% als middelbaar opgeleid (nu ongeveer 40%). Voor 85% van de beroepsbevolking was mbo2 een wenkend perspectief.
Maar nu…? Ongeveer 20% van de beroepsbevolking geldt op dit moment als laagopgeleid. Er zijn aanwijzingen dat dit getal mede bepaald wordt door het miljoen arbeidsmigranten in Nederland, waarvan vele duizenden in de NPLV-wijken zijn neergestreken. Terwijl de startkwalificatie – ooit een hooggestemde ambitie – nu een absoluut minimumniveau is om op de arbeidsmarkt enig perspectief te hebben. De samenleving is sinds 1969 veel complexer geworden, de beroepseisen zijn verhoogd, de druk op sociale en digitale vaardigheden is verhoogd. Zelfs met een mbo2-diploma is het bijna niet te doen om uit de economische marge te komen en een vaste aanstelling met een behoorlijk salaris te verwerven.
Met die mulo-opleiding die mijn meester mij aanbeval toen ik 10 was, is het anders gelopen. Ik was de allereerste ‘mammoetgeneratie’, genoemd naar die reusachtige wet die na 1968 het voortgezet onderwijs structureerde. Daar hoorde een bede brugklas bij, de eerste ooit. En aan het einde van die brugklas kreeg ikzelf de keuze voorgelegd hoe ik verder wilde.
Het opleidingsoptimisme van toen heeft ons ver gebracht. Het is wel een lange aanloop geweest: met name na het jaar 2000 is het hard gegaan met de daling van het aantal laaggeschoolden. Maar nu is het weer aan het stijgen. We hebben het elan van het opleidingsoptimisme te vroeg losgelaten. De NPLV-wijken verdienen een nieuw onderwijsoffensief: iedereen zonder mbo2 – jongeren, volwassenen, migranten, Nederlanders – alsnog naar school.
Gerelateerde artikelen
Stedelijke armoedebestrijding: de twee sleutelstrategieën
Stedelijke armoedebestrijding: de twee sleutelstrategieën Nederland bestrijdt de stedelijke armoede met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). In dat programma hebben gemeenten en ministeries afspraken gemaakt over het aanpakken van armoede [...]
South Africa at a Crossroads
South Africa at a Crossroads De Nederlanse versie is onderaan het artikel te vinden I Love South Africa, But I’m Scared A South African trying to explain a country that even South [...]
Raadsverkiezingen jagen verschillen aan in kansen tussen steden
Raadsverkiezingen jagen verschillen aan in kansen tussen steden We werken bij Blaauwberg veel met een ‘typologie’. Een typologie is een methode om een wijk, dorp of stad te beschrijven en samenhang te ontdekken [...]
Hoe werkt onderwijs? Doelen, aansluiting? Of inspiratie, talenten? Een biografisch antwoord
Hoe werkt onderwijs? Doelen, aansluiting? Of inspiratie, talenten? Een biografisch antwoord Een vriendin vroeg me laatst om met haar te sparren over haar werk: onderwijsbeleid. Dat is een estafette van mooie koffiegesprekken [...]
Onbegrepen gedrag tussen wal en schip: reflectie op praktijk en theorie
Onbegrepen gedrag tussen wal en schip: reflectie op praktijk en theorie In een artikel van 4 april beschrijft NRC-journalist Bas Haan het aangrijpende leven van Edwin V. Edwin is een man van [...]
Lokaal parkeerbeleid: feiten, beleving en visie uit vier steden
Lokaal parkeerbeleid: feiten, beleving en visie uit vier steden Bij de campagnes voor de raadsverkiezingen van maart 2026 speelde parkeerbeleid in veel plaatsen een grote rol. We weten natuurlijk dat parkeren een onderwerp [...]
Meer artikelen
Stedelijke armoedebestrijding: de twee sleutelstrategieën
Stedelijke armoedebestrijding: de twee sleutelstrategieën Nederland bestrijdt de stedelijke armoede met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). In dat programma hebben gemeenten en ministeries afspraken gemaakt over het aanpakken van armoede [...]
Lokaal parkeerbeleid: feiten, beleving en visie uit vier steden
Lokaal parkeerbeleid: feiten, beleving en visie uit vier steden Bij de campagnes voor de raadsverkiezingen van maart 2026 speelde parkeerbeleid in veel plaatsen een grote rol. We weten natuurlijk dat parkeren een onderwerp [...]
Between two worlds: my life in South Africa as a foreigner
Between two worlds: My life in South Africa as a foreigner De Nederlanse versie is onderaan het artikel te vinden If you meet me in Cape Town, you’ll probably think [...]
Een woedende vriendin. Eindelijk
Een woedende vriendin. Eindelijk. Ik heb een vriendin van Turkse komaf. Ik noem haar in dit verhaal A. Ik ken haar inmiddels bijna 35 jaar. Ik heb haar nog nooit zonder hoofddoek [...]
Deel 1: de aanstaande bevolkingskrimp
Deel 1: de aanstaande bevolkingskrimp In de vorige Blaauwdruk schreef ik mijn verbazing uit over de razendsnelle daling van de vruchtbaarheid in Turkije, van net boven de vervangingsratio van 2.1 kind per vrouw [...]
Minka’s Kleine Wereldstad
Minka's Kleine Wereldstad Inmiddels werk ik alweer ruim acht maanden bij Blaauwberg. Ik weet nog goed dat ik net een maand binnen was, nog druk bezig om de Ondernemersfondsen een beetje onder [...]
Neem contact op
Neem contact met ons op via bijgaande contactgegevens. Wij komen spoedig met een reactie.

Inschrijven voor onze nieuwsbrief:
- 071-524 7500
- 06- 1217 2126 (Rob)
Vestwal 2-4 , 2312 NP Leiden







