Europese verkiezingen: stabiele steden, onrustig ommeland

Tussen al het nieuws over de kabinetsformatie door is het enkele dagen even over de Europese verkiezingen gegaan. Ondertussen is de berichtgeving hierover alweer stilletjes naar de achtergrond verdwenen, maar we komen er toch nog even op terug. Voor een bureau van analisten en politieke duiders zijn namelijk alle verkiezingen interessant. En dan niet per se de uitslag van elke verkiezing apart, maar vooral de samenhang tussen deze uitslagen.

Na de Tweede Kamer verkiezingen eind vorig jaar, schreven we al iets over van het belang van politieke stabiliteit. Kiezers kunnen wispelturig zijn en de afgelopen jaren wisselden ze wel erg vaak van voorkeur. Dat leidt dan tot situaties als een BBB die met 16 zetels (uit 75)  veruit de grootste partij is in de Eerste Kamer vanwege de Statenverkiezingen in maart 2023 en in de Tweede Kamer niet verder komt dan 7 zetels (uit 150) vanwege de kamerverkiezingen in november 2023.

De kiezer heeft altijd gelijk, maar investeerders stemmen met de voeten. Partijen die geld steken in een stad of regio – om het even of het nu gaat om private investeerders (bedrijven) of overheden (infrastructuur), gaan een commitment met het gebied aan voor de lange termijn. En die verlangen een duurzaam welkom. Niet om de paar jaar een ander College van B&W, een andere politieke wind. ‘No nonsense’.
Tegenwoordig zijn vooral de kennissteden ‘no nonsense’. Die hebben alleen daardoor al een behoorlijk voordeel bij het binnenhalen van investeringen. De ommelanden met hun wispelturigheid schieten met elke hype in de eigen voet. De stedelijke stabiliteit komt goed van pad bij de grote opgaven als woningbouw, de energietransitie, de onderwijsambities. Stabiliteit trekt investeerders aan en zorgt voor ruimte voor innovatie. Het nieuwe kabinet wil juist minder in de kennissteden en meer in de ommelanden investeren. Dat wordt een ‘up hill battle’. 

Hoe die stabiliteit is opgebouwd, maakt niet zoveel uit, zolang het maar om het ‘brede midden’ gaat. De lokale verschillen tussen bijvoorbeeld PvdA/GroenLinks en de VVD als het gaat om autoluwe binnensteden en woningbouw, zijn wel onderhandelbaar. Het wordt pas echt anders wanneer een anti-partijsysteem plotseling heel groot wordt. Dat kan tot jaren stilstand leiden. En de voorbeelden dat een nieuwkomer met een hype groot wordt en zich alsnog tot een duurzame bouwer ontwikkelt, zijn schaars. In de steden is dat tot op heden eigenlijk alleen Leefbaar Rotterdam gelukt. 

Tegen die achtergrond hebben we een paar lokale uitslagen van de Europese verkiezingen van 7 juni 2024 nog eens achter enkele eerdere electorale resultaten geplakt. De uitkomst van deze exercitie is te zien in onderstaand overzicht. En daarbij leggen we ‘politieke stabiliteit’ gemakshalve vast in een ‘linksliberaal’ blok. En we hebben het over vijf kennissteden – Leiden, Amsterdam, Utrecht, Nijmegen, Groningen; drie steden met electoraal nog een dubbelgezicht, mogelijk op weg naar ‘kennissteden’- Den Haag, Rotterdam, Eindhoven; en vier steden waar de wispelturige stem van de onvrede stevig in positie is – Alphen, Zoetermeer, Spijkenisse, Emmen.  

In 2005 waren de verschillen tussen de typen steden nog veel kleiner. Er werd sowieso weinig ‘pro Europa’ gestemd. Ruim tien jaar later is dat anders. Het rijtje kennissteden aan de bovenkant van de tabel laat dan al een duidelijker pro-Europees geluid horen, in lijn met algemene links-liberale voorkeur van die steden. Deze voorkeur wordt alleen maar sterker in de loop der jaren, zoals te zien is aan de uitslagen van de Europese verkiezingen in 2019 en 2024. De spectaculaire uitslag voor de PVV bij de laatste kamerverkiezingen heeft wel een knik in de trend veroorzaakt, maar de trend zelf niet aangetast. 

In de kennissteden houdt de links-liberale meerderheid stand. Het punt is niet dat dat een ‘betere’ politieke stroming is. Het punt is de stabiliteit. Vertrouwen en duurzame electorale steun voor een ingeslagen richting zorgt voor een sterker vestigingsklimaat dan onvrede en wantrouwen. Met boosheid trek je geen jonge, goed opgeleide mensen, terwijl zij de motor van welvaart en innovatie zijn.  

Overigens kun je de uitkomst van de algehele Europese Verkiezingen ook best bestempelen als ‘stabiel’. De grootste drie fracties (de christendemocraten, de sociaaldemocraten en de liberalen – allen uitgesproken pro-Europees) hebben weliswaar iets aan zetels moeten inleveren, maar zijn nog steeds veruit de grootste. 

En dan een leuk weetje uit Leiden. In het stembureau met de grootste ‘stabiliteit’ reikte linksliberaal naar een imponerende 77%. En waar bevond dit progressieve broeinest zich? In de hoeder van de traditie: het regionaal archief…

Gerelateerde artikelen

Waar zijn alle meisjes heen?

Waar zijn alle meisjes heen?: Mannen- en vrouwensteden na de verkiezingen Door Aart van Bochove In India is de opmars van vrouwen goed te zien. Ze gaan massaal de straat op om [...]

Leidse verkiezingsweetjes

Leidse verkiezingsweetjes Elders geven we een analytisch commentaar bij de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen, vanuit stedelijke perspectief. In dit korte artikel sommen we enkele bevindingen op over onze stad van vestiging, Leiden. [...]

De Republiek der Verdeelde Nederlanden

De Republiek der Verdeelde Nederlanden De verkiezingsuitslag vanuit de steden bekeken De analyses over wat er op 22 november 2023 bij de kamerverkiezingen gebeurd is buitelen over elkaar heen. We doen in [...]

Meer artikelen

Uitnodiging boekpresentatie

Uitnodiging boekpresentatie 'Green Glasses' We nodigen u graag uit voor de presentatie van ‘Green Glasses’, een boek over ‘internationals’ in de oude stad Leiden. Het boek is geschreven door Magdalena Palma, een Chileense journalist, [...]

Neem contact op

Neem contact met ons op via bijgaande contactgegevens. Wij komen spoedig met een reactie.

Inschrijven voor onze nieuwsbrief: