Saaiheid als vooruitgang, Zuid-Afrika na het voetbal

Ik kom al sinds de nadagen van de apartheid met enige regelmaat in Zuid-Afrika. Geen gemakkelijk land en je moet voor de reis even sparen, maar het is een voorrecht om in zo’n mooi land te zijn waar zoveel gebeurt en zoveel op het spel staat. Het land is niet alleen een laboratorium voor de vraag of na de verschrikkingen van de apartheidsstaat een normaal leven kan worden opgebouwd. Het is ook een laboratorium voor de omgang met migranten, waarvan er miljoenen zijn binnengestroomd. En een laboratorium voor het ontwikkelen van stedelijke samenlevingen, van een duurzame
waterhuishouding, van een ontvolkend platteland, en noem maar op. En het is ‘ons’ land: de pretenties zijn constitutioneel, democratisch, pluralistisch, rechtstatelijk, sociale markt economie,onafhankelijke rechtspraak. Als Zuid-Afrika slaagt, staat er een monument voor de westerse wereldbeschouwing. Daar bovenop de vaak gestelde vraag of het voetbaltoernooi van medio-2010 blijvende sporen heeft achtergelaten in het land. Tijd voor een reisbericht.

 

Hoe doe je dat, een land in z’n ontwikkeling volgen als eenvoudig toerist met een handvol ‘small business’ contacten? Allereerst natuurlijk door goed te kijken. Zuid-Afrika heeft een voor Europeaan een prettige transparantie, je ziet hoe mensen zich onderling gedragen en je kunt veel interpreteren zonder taal- en cultuurbarrière. Verder door heel veel te praten. Dat gaat steeds beter: Zuid-Afrika was ooit een gesloten, wantrouwende samenleving, zoals elke dictatuur. Maar de argwaan is geweken voor een enorme contacthonger, een honger naar respons, naar opinies van buitenlanders, naar mogelijkheden om een verhaal te vertellen. Zo gaat dat, bijna 17 jaar na de komst van de democratie: er moeten nog heel veel woorden worden ingehaald.

 

En dan zijn er uiteraard kranten. Sommige van die kranten hebben een lange geschiedenis. Ooit was er de Rand Daily Mail, in de donkere jaren zeventig en tachtig de enige anti-apartheidskrant van het land, de enige krant die bereid was op nieuws te jagen over martelingen, deportaties, moorden en andere schendingen van de rechten van de mens door de overheid. Veel meer dan jagen op het nieuws konden de journalisten niet: het nieuws ook publiceren, was verboden. Maar bijna alle dictaturen hebben wel een ergens een restant van een schijnlegaliteit. Zimbabwe en Iran houden braaf verkiezingen, al zijn ze volkomen frauduleus. Zo had ook het Zuid-Afrika uit die jaren legale omwegen. De journalisten van de Rand Daily Mail brachten hun artikelen naar het handjevol oppositieleden in het blanke parlement. Dat parlement kwam maar enkele maanden per jaar bij elkaar. Dus verzamelden de oppositieleden de berichten. Wanneer er eindelijk een zitting was, lazen ze de informatie in een razend tempo voor, gehinderd door spreektijdbeperking. Maar dat gaf niet, het was toch niet bedoeld om echt gehoord te worden. Het was in het parlement gezegd en daarom mocht er over geschreven worden. Dus kon de krant straffeloos publiceren en konden internationale diplomatie, actiegroepen en binnenlandse oppositie aan het werk.

 

De journalistieke erfgenaam van de Rand Daily Mail in het Zuid-Afrika van nu is de Mail&Guardian, een politiek weekblad, waar in Nederland eigenlijk geen goede evenknie voor beschikbaar is. De kritische gezindheid is gebleven, zo ook het spel met de macht. Dat die macht tegenwoordig volledig democratisch en grondwettelijk gelegitimeerd is, maakt niet zoveel uit. Het kerstnummer van de Mail&Guardian had een lijst met rapportcijfers voor alle ministers en andere politici. Fototje, paar argumenten, impressies, een vooruitblik, niets bijzonders.

 

Toch stonden er een paar weken later ingezonden brieven in de krant. Niet van de politici zelf, wel van hun departementale voorlichters. Dat de krant er beter aan zou doen eerst maar eens goed te luisteren naar de doelen van de ministers en vervolgens goed zou volgen en meten of die doelen gehaald worden. Dat de krant niemand en dienst bewijst met deze manier van over het gezag schrijven. Kortom, de technocratisch-paternalistische reflex van politici die niet tegen kritiek kunnen.

 

Lang leve de onafhankelijke journalistiek!

 

In de kiosk ligt de Mail&Guardian pal naast de Afrikaanstalige Die Burger. Ook een krant met lange wortels, maar dan in het apartheidsregime. In de jaren zestig hebben Die Burger en het Nederlandse Trouw nog een keer een paginaruil gehad, om aan hun beide achterbannen uit te leggen wat er toch mis was gegaan in de relatie tussen de calvinisten in beide landen.

 

In 2011 is Die Burger een krant zonder politieke ‘bite’. Het gaat vooral om familienieuws, missverkiezingen, de oogst en het weer.

Twee kranten, twee historische lijnen, en dan weet je het weer: er zijn geen conservatieve of progressieve kranten. Er zijn alleen moedige en laffe kranten. Toch stemt het totaalbeeld van het krantenvak in de kiosken wel optimistisch. Nog maar twee jaar geleden ging het in de grotere kranten heel veel over criminaliteit. En dan niet de structurele criminaliteit als corruptie en machtsmisbruik, maar de zichtbare criminaliteit van moord, roof en verkrachting. Maar die toon is weg. De kranten zijn veel saaier geworden. Ze gaan over bijna- Nederlandse problemen, zoals de verdeling van geld tussen ministeries en provincies en over opmerkelijke resultaten van de eindexamens in het middelbaar onderwijs. Er is veel – wat de journalisten noemen – ‘institutioneel nieuws’: wat doen grote organisaties, hoe reageren ze op de problemen van de dag, hoe werken ze samen, hoe gebruiken ze hun bevoegdheden? Geen spektakel, geen nationalisme, geen Wilderspathos, geen moord en doodslag. Veel institutioneel nieuws in de kranten, dat is een saaie, democratische kwaliteit. Dat is in een land met zo’n moeilijk verleden en met zulke grote tegenstellingen, niets minder dan vooruitgang.

 

En wat heeft het voetballen daaraan bijgedragen? In directe zin weinig. De ‘boost’ voor het toerisme is uitgebleven. Talloze mensen hebben vergeefs geïnvesteerd in guesthouse accommodatie en zijn daar teleurgesteld over. Het verhaal is toch heel simpel: voetballiefhebbers komen voor de bal,
misschien nog voor een pot bier. Maar het land gaat aan ze voorbij.

 

Maar in indirecte zin zijn er wel twee effecten. Het eerste effect is de trots dat het toernooi zonder geweld en incidenten is verlopen. Het is de trots een normaal land te zijn. Het tweede effect is ontnuchtering dat er geen gemakkelijke oplossingen zijn. Niet in de politiek, niet in de sport, niet in grote evenementen. Er is geen alternatief voor hard werken. In dat klimaat verklaarde de vicepresident van het land op de 99ste verjaardag van de voormalige verzetsbeweging ANC - thans de regeringspartij – dat mensen moeten ophouden gratis banen, huizen en onderwijs van de overheid te verlangen. Het land moet aan het werk.

 

Zuid-Afrika overweldigt z’n bezoekers altijd met z’n ‘high skies’, z’n kleurenrijkdom, z’n sociale tegenstellingen en armoede en z’n dramatische geschiedenis. Achter al dat drama begint een normaal land te groeien. Leve de saaiheid!


Terug naar het overzicht

 
 

Meer Blaauwberg?

Meld u nu aan voor de (gratis) Blaauwberg nieuwsbrief. U ontvangt driemaal per jaar een afwisselend aanbod aan thematische diepgang, analyse en good-practice. Enkele onderwerpen; regionale economische structuurversterking, werken met het clustermodel, de Lissabon doelstelling en uw regio, bestuurlijke samenwerking in de praktijk, ondernemerschap als drager van het voorzieningenniveau en economische dynamiek als sleutelbegrip voor bestrijding jeugdwerkloosheid.