Column: Waarom al die leergangen?

Door Fianne de Boer en Aart van Bochove

U kunt zich weer inschrijven voor een nieuwe leergang Leidenkunde. Dit is inmiddels echt een begrip geworden in de Leidse regio, maar welke leergangen zijn er nog meer, waar komen ze vandaan, en wat moet je er nou mee?

Leidenkunde is de bekendste van de “plaatskundes”, maar er is ook een programma voor Den haag en er zijn plaatskundes geweest voor de Bollenstreek, Voorschoten, Laren, de binnenstad van Apeldoorn, de arbeidsmarkt van Amsterdam en andere streken en onderwerpen. Daarnaast zijn er leergangen geweest die een combinatie van onderwijs, arbeidsmarkt en regionale economie behandelden en zijn we bezig met het ontwikkelen van een leergang over cijfergebruik in beleid. Sommige leergangen bieden we zelf “vrij” aan, andere geven we op verzoek, met een aan de vraag aangepaste inhoud. Het doel is echter altijd hetzelfde: deelnemers helpen context toe te voegen aan hun omgeving.

De leergangen zijn ontstaan vanuit de observatie dat er vaak dezelfde discussies gevoerd worden. Omdat mensen vaker van baan wisselen, blijft kennis niet hangen op dezelfde plek. En de werkcultuur zorgt voor een kennislacune. Het gaat tegenwoordig om competenties, SMART-doelen en taakgerichte functies, zelfs voor hoger opgeleiden. Bestuurders benutten het talent van hun medewerkers maar ten dele. Ze weten alles van één specifieke casus. Maar casuïstiek staat nooit alleen. De leergangen dragen de context aan. Ze vormen een soort sociologische CSI, een Crime Scene Investigation van een stad, regio, wijk of probleem. Wat is er gaande op een bepaalde plek, met een bepaalde doelgroep, voor een bepaalde openbare functie?

De leergangen van Blaauwberg lossen geen politieke kwesties op. De deelnemers kennen hun eigen werkpraktijk veel beter dan wij, hen daarover adviseren is nonsens. Maar ze komen met contextverrijking en inspiratie wel sterker in hun werk te staan, tot en met de politieke en bestuurlijke agendering van hun werk.

De kennis uit de leergangen voldoet aan tenminste vier criteria: er moet een samenhang zijn, bijvoorbeeld tussen het fysieke en het sociale domein of tussen economie en duurzaamheid; kennis moet plausibel zijn, in de zin van navolgbaar, aansluiten op de actualiteit en herkend worden vanuit de praktijk; kennis moet empirisch gefundeerd zijn – een beleidsbeschouwing zonder cijfers kan niet; en kennis moet historisch opgebouwd zijn – geen enkel verschijnsel bestaat ‘zomaar’. En voor controleerbaarheid en naslag gaat elke leergang van een stevige syllabus vergezeld (zie figuur 1).

Wat een deelnemer vervolgens met deze kennis doet, kan verschillen. Soms is er de realisatie dat deze kennis wellicht in een eerder stadium verworven had moeten worden, soms is er een leereffect dat direct toepasbaar is in iemands werk en soms heb je gewoon een goede boekentip erbij. De leergangen zijn overigens ook geen droge kennisoverdracht, er is ruimte voor discussie, je mag je verzetten. Onze duiding van de cijfers kan fungeren als “krabpaal”. Dus mocht u denken: lijkt me leuk zo’n leergang, maar wat moet ik er mee? Dan vraagt u zich eigenlijk af wat het nut van kennis is, en ook dat is een onderwerp waar we graag over spreken. En mochten kennis, reflectie en discussie nog niet genoeg reden zijn om eens aan te sluiten, weet dan dat ook het ruime aanbod aan fruit en koekjes door eerdere deelnemers zeer gewaardeerd werd.

Binnenhof en Hofvijver in vogelvlucht, rond 1400 geschetst door rijksbouwmeester C.H. Peters

Hagenaars wonen op het zand, Hagenezen op het veen. Lang geleden, in 1250, waren er nog geen Hagenezen: Den Haag is op een zandrug ontstaan, rondom het duinmeertje dat we nu kennen als de Hofvijver. De Hagenaar van 1250 wist bijna niets van de wereld. Hij wist waarschijnlijk zelfs niet wat voor jaartal het was. Maar hij had een redelijk goed beeld van zijn eigen toekomst: hij zou gezel worden bij een meester, trouwen, jaarfeesten vieren, reuma krijgen en zijn zoon zou (ook) aan het Binnenhofcomplex bouwen. De Hagenaar van 2020 weet een miljoen maal meer van de wereld maar heeft geen idee hoe zijn eigen leven er uit zal zien. Zelfs niet over vier jaar. Eigenlijk weet hij alleen zeker dat hij tot op hoge leeftijd in november naar Sinterklaas kan gaan kijken en dat er weer een nieuwe restauratie van het Binnenhofcomplex zal komen. De informatieparadox – veel kennis maar weinig houvast – is het thema van deze leergang: grond onder de voeten vinden om Den Haag goed te kunnen dienen. 

Figuur 1: Introductie bij onze syllabus Den Haagkunde

Meer artikelen

Waar zijn alle meisjes heen?

Waar zijn alle meisjes heen?: Mannen- en vrouwensteden na de verkiezingen Door Aart van Bochove In India is de opmars van vrouwen goed te zien. Ze gaan massaal de straat op om [...]

Een wachtkamer in de woestijn?

Een wachtkamer in de Afrikaanse woestijn? De opa van mijn echtgenote is in 1900 geboren. Hij verdiende zijn brood met de handel in olie. Niet wat we daar tegenwoordig onder verstaan – [...]

Verbeeldingskracht in Deurne

Verbeeldingskracht in Deurne Deurne start per 1 januari met een Ondernemersfonds. In een eerdere nieuwsbrief deelden we al de toegift die Rob op persoonlijke titel schreef over ‘zijn dorp’. Het ambitieniveau in Deurne [...]

Neem contact op

Neem contact met ons op via bijgaande contactgegevens. Wij komen spoedig met een reactie.