Column Ondernemersfonds #10: Gezocht: bestuurders met visie!

Het Ondernemersfonds is ontstaan aan onze tekentafel, twintig jaar geleden. We begeleiden fondsen in oprichting en denken mee met bestaande fondsen over hun volgende stap. In deze terugkerende column deel ik voorbeelden uit de praktijk en mijn kijk op actuele ontwikkelingen. Column #10: Bestuurders met visie gezocht.

“Ondernemersfonds” is het buzzwoord geworden in ondernemers- en bestuurderskringen. Overal wordt gesproken over de noodzaak om de lokale organisatiegraad te verhogen. En steeds vaker is de analyse dat het Leids model verreweg te prefereren is boven de BIZ. Niet gek, gezien de omvang en complexiteit van de opgaven die op het bedrijfsleven, maatschappelijk middenveld en gemeenten afkomen. Het gaat al lang niet meer om alleen de veiligheid van één bedrijventerrein of de promotie van een handvol winkelgebieden. 

Het gaat om energie, arbeidsmarkt, duurzame mobiliteit, innovatie, klimaatadaptatie, circulariteit, vitaliteit van dorpskernen en buitengebieden, de strijd tegen ondermijning. Kortom, zo ongeveer alle onderwerpen die bij een gemiddelde politieke partij in het programma staan. Het serieus oppakken van ambities op die vlakken vergt een stevig financieel fundament. Het vergt een georganiseerd bedrijfsleven dat namens de hele gemeente en niet namens één of enkele deelgebieden kan terugpraten naar de gemeente. Een ondernemersfonds is hét instrument om hierin te voorzien.

Maar er is iets vreemds aan de hand….

Die toenemende populariteit vertaalt zich nauwelijks in meer fondsen. Onderzoeken zijn er voldoende. We krijgen zelf vragen uit het hele land — voor ons een teken dat het ondernemersfonds haar zoveelste landelijke doorbraak beleeft. Een niche is het allang niet meer: ruim 60 fondsen verspreid over het land, miljoenen aan jaarlijks terugkerende investeringen, honderden, zo niet duizenden ondernemersbestuurders die op enige manier betrokken zijn.

Tot pakweg 2020 leek het wereldje relatief overzichtelijk. De fondsen die er waren, waren de voorlopers; de bestuurders begrepen dat er geen stappenplan of ‘how-to’ bestond en dat je zelf je weg moest vinden. De route naar besluitvorming was af en toe hobbelig, maar na een maand of negen discussiëren was doorgaans duidelijk welke kant het uitging en kon een politiek besluit worden genomen. Was dat besluit er eenmaal, dan kwam de rust en kon er worden gebouwd. Eenmaal gestarte fondsen verdwijnen niet meer, een enkele uitzondering daargelaten. Evaluaties waren er voor goede interne zelfreflectie — zorgen dat het allemaal nog wat scherper kan. De principiële vraag of een fonds meerwaarde heeft was nauwelijks nog aan de orde. De fondsen hadden zichzelf bewezen, de kinderziektes voorbij, en waren intussen een onuitwisbaar onderdeel van de lokale economische infrastructuur.

En nu? Nu zie ik gemeenten die voor de tweede of derde keer een onderzoek starten. En jaren nadat het eerste initiatief strandde, lijken ook nieuwe pogingen vruchteloos te zijn. Niet omdat er geen urgentie is of de opgaven zijn afgenomen. Integendeel. Maar omdat het proces vastloopt op precies dezelfde vraag als tien jaar geleden: is er wel voldoende draagvlak? Die vraag is voor veel politici een prettige vluchtheuvel gebleken. Het ontslaat ze van het vormen van een eigen mening en het nemen van een bredere publieke verantwoordelijkheid. In het antwoord op de vraag zijn ze vaak niet eens geïnteresseerd. Het beargumenteerde, positieve signaal van een stevig gewortelde ondernemersvereniging wordt gelijkgesteld aan een handvol mopperende tegenstanders die ‘gewoon tegen’ zijn. Soms wordt zelfs de positie van het (vrijwillige) ondernemersbestuur nog ondermijnd met de verwijzing dat niet alle leden voor zijn. Alsof iedere stemmer op een raadslid het volledig eens is met alle besluiten die in de raadszaal worden genomen. Het hele idee van representatieve democratie – een systeem waar raadsleden nota bene zelf een actief onderdeel van uitmaken – lijkt onbekend te zijn.

Vaak wordt verwezen naar de BIZ. Een ‘veilig’ en politiek risicoloos alternatief. De draagvlakmeting ligt immers vast met strakke criteria voor het aantal benodigde stemmen. De raad kan volstaan met toezicht op het uitvoeren van de peiling. Die vereisten zijn overigens waanzinnig hoog. Zo moet alleen al minimaal de helft van de ondernemers een stem uitbrengen. Als we dat criterium zouden loslaten op de gemeenteraadsverkiezingen, dan zouden bijna 60 gemeenten er niet aan voldoen, waaronder vele grote steden (o.a. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Eindhoven, Almere, Tilburg). En dat met alle media-aandacht die er voor is.

Bij een ondernemersfonds bestaat die stemprocedure niet. De enige stemming die er echt toe doet, is die in de gemeenteraad zelf. Daar wordt niet getalsmatig onderbouwd (zoveel procent voor, zoveel procent tegen), maar met argumenten, zoals ieder politiek voorstel dat geld kost onderbouwd hoort te worden: is helder op welk probleem dit een antwoord is? Dient het voorstel het belang van inwoners en bedrijven? Staan er betrouwbare mensen en organisaties achter? Zijn de financiële risico’s te overzien? Wie dat traject verengt tot “hebben we wel genoeg support”, slaat de belangrijkste vraag over.

Sterker: draagvlak is geen zelfstandig argument om een fonds af te wijzen. Elk jaar verhoogt een raad de ozb, soms fors, zonder ook maar één keer de vraag naar draagvlak te stellen. Bij een ondernemersfonds — waar de opbrengst linea recta terugvloeit naar diezelfde ondernemers, in de vorm van eigen investeringen — wordt diezelfde raad ineens schutterig. Daarmee ontstaat een politiek klimaat waarin ‘neezeggers’ het gemakkelijk hebben: je kunt volstaan met het aanvragen van een peiling, zonder ooit het eigenlijke probleem — de ondergeorganiseerdheid van het lokale bedrijfsleven — aan te spreken.

Politici zijn er niet om aan het einde van de rit, als de steunverklaringen eenmaal binnen zijn, er een stempel op te drukken. Wat we nodig hebben zijn bestuurders, raadsleden met een eigen politieke visie op hun lokale omgeving.

Mij wordt wel eens gevraagd hoeveel ondernemersfondsen er over tien jaar zullen zijn. Lange tijd was mijn antwoord: zo’n honderd. Dat getal laat ik los. Ik denk dat het er niet meer dan 75 zullen worden. Maar die 75 zullen floreren. Gemeenten met een fonds merken dat het allemaal een stuk soepeler gaat wanneer het bedrijfsleven ook zelf investeert. Dat projecten en programma’s wél van de grond komen. Dat de sfeer verbetert. Dat het denken in collectief nut belangrijker wordt dan de vraag “what’s in it for me”.

Wil je in jouw gemeente als raadslid of wethouder echt werk maken van het lokale vestigingsklimaat? Deel je politieke visie, betrek de ondernemerscollectieven erbij en maak een plan voor een lokaal fonds waarbij inhoud en urgentie centraal staan. Doe het, en je hoort bij de pioniersclub die de ondernemersfondsfamilie is.

Zoek je naar comfort? Naar draagvlak? Een plan waarop de meerderheid al ja heeft gezegd en jij alleen nog de gemeentelijke stempel hoeft te zetten? Kies dan voor een BIZ. Of misschien nog beter: zoek een andere baan. Wat we niet nodig hebben, is de politiek als doorgeefluik. Wat we zoeken zijn raadsleden en wethouders met visie.

Gerelateerde artikelen

Column ondernemersfonds #9: Het kan wél!

Column Ondernemersfonds #9:  Het kan wél! Het Ondernemersfonds – geboren aan onze tekentafel. We hebben tientallen fondsen in de startfase mogen begeleiden. En we helpen bestaande fondsen bij hun ambities voor doorontwikkeling. [...]

Colomn ondernemersfondsen #7

Column Ondernemersfonds #7: Waarom zorg, onderwijs, sport en cultuur er gewoon bijhoren Het Ondernemersfonds. Het concept is aan onze tekentafel ontstaan. We hebben tientallen fondsen in de startfase mogen begeleiden. En we [...]

Meer artikelen

Een woedende vriendin. Eindelijk

Een woedende vriendin. Eindelijk. Ik heb een vriendin van Turkse komaf. Ik noem haar in dit verhaal A. Ik ken haar inmiddels bijna 35 jaar. Ik heb haar nog nooit zonder hoofddoek [...]

Deel 1: de aanstaande bevolkingskrimp

Deel 1: de aanstaande bevolkingskrimp In de vorige Blaauwdruk schreef ik mijn verbazing uit over de razendsnelle daling van de vruchtbaarheid in Turkije, van net boven de vervangingsratio van 2.1 kind per vrouw [...]

Neem contact op

Neem contact met ons op via bijgaande contactgegevens. Wij komen spoedig met een reactie.

Inschrijven voor onze nieuwsbrief: