Het ongeluk van rechtsgelijkheid.

Het gaat in veel opzichten best goed met de Oekraïners in Nederland. Een groot aantal werkt, kinderen gaan naar school, ze organiseren zichzelf, er zijn weinig incidenten. Allemaal dankzij het besluit om Oekraïners, na het begin van de oorlog niet als ‘normale’ asielzoekers te behandelen, maar als aparte groep die gedurende de oorlog in hun land zo actief mogelijk moest blijven in werk, opleiding en leven.

Tot nu. Want de rechtbank heeft geoordeeld dat Oekraïners op dezelfde manier behandeld moeten worden als andere vluchtelingen: jaren suffen in overvolle centra, niet werken, niet organiseren, wachten in een verstopte asielketen. Een ernstig overbelaste immigratiedienst, lokaal verzet tegen opvangcentra.

Tot nu. Want de rechtbank heeft geoordeeld dat Oekraïners op dezelfde manier behandeld moeten worden als andere vluchtelingen: jaren suffen in overvolle centra, niet werken, niet organiseren, wachten in een verstopte asielketen. Een ernstig overbelaste immigratiedienst, lokaal verzet tegen opvangcentra.
Wat heeft de rechtbank nu opgelost? Eigenlijk was er al een oplossing. Dankzij de rechtbank is er nu een probleem bij. Maar de rechtsgelijkheid is gered: iedere vluchteling in hetzelfde schuitje.

Een week later krijgt  de gewezen burgemeester van Groningen te horen dat hij ook in hoger beroep veroordeeld wordt wegens een verkeersincident (ik noem het maar zo, ik heb geen zin om me te verdiepen in de uitgesponnen details van het incident). De inzet is een boete van 250 euro. Alweer: wat heeft de rechtbank nu opgelost? Een uitstekende burgemeester, weggestuurd en vermalen na een ongeluk. Hij had al een verpeste reputatie. Daar kwam een persoonlijk drama bij. Het hof had het kunnen afdoen met ‘gebrek aan steunbewijs’, of iets dergelijks. Maar nee. Het ging om de rechtsgelijkheid: voor iedereen dezelfde regel, ook voor een oud-burgemeester.

Romeins recht

Eigenlijk zijn dit soort uitspraken een voortdurende herinnering aan het feit dat Nederland een provincie van het Romeinse Rijk is. Ons recht is Romeins recht en Romeins recht is gelijkheidsrecht. We hebben dat recht niet direct aan de Romeinen overgehouden. Het is opgelegd door de Fransen toen zij ons land onder Napoleon bezetten. Zij maakten een einde aan een veelheid aan rechtsbronnen die tot dat moment in gebruik waren. Nederland was eerder een voorbeeld van ‘common law’: recht op basis van jurisprudentie, traditie en praktijkvoorbeelden. Sinds Napoleon zijn we een voorbeeld van ‘civil law’: een vanuit de theorie opgetrokken normatief stelsel. Het is natuurlijk geen toeval dat de ‘common law’ vooral bestaat in de Engelstalige wereld. Engeland was het enige grote land in Europa waar Napoleon nooit geweest is. Continentaal recht is Frans recht; Romeins recht.

Neem nu onze bestuurlijke indeling. De ‘civil law’ dicteert dat alle 342 gemeenten in Nederland dezelfde structuur en dezelfde bevoegdheden hebben, van de kleinste – Schiermonnikoog – tot de allergrootste – Amsterdam.

Ik stuit in onze eigen Blaauwberg-praktijk op de beperking van zo’n rechtlijnig granieten model. Het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) gaat over de 20 armste wijken van het land. Het programma trekt 20 jaar uit om die wijken uit de gevarenzone te halen. De wijken zijn groot: tienduizenden inwoners. Maar binnen het geheel van hun gemeente vormen ze niet meer dan een minderheidsaandeel. Hoe zorg je dat ze twintig jaar lang geconcentreerde ambtelijke en politieke aandacht blijven houden? Dat is bijna niet te doen. In ‘common law’-gebieden weten ze daar wel raad mee. Het is in de Angelsaksische wereld relatief eenvoudig om een eigen, tijdelijke gebiedsoverheid op te zetten die het politieke debat losmaakt, een agenda voert die voor dat gebied wel (en voor de rest van de stad niet) relevant is en de bevolking daarbij betrekt, soms ook met complete verkiezingen. Elke poging in Nederland om tot maatwerk te komen in de bestuurlijke verhoudingen strandt vroeg of laat weer op de granieten muren van Napoleon.

Mozaïsch recht

En neem nu de rechterlijke uitspraken waar ik dit artikel mee begon. De psychiater Herman van Praag schreef een paar jaar geleden een boek waarin hij niet de civil law, niet de common law, niet de Verlichting, niet de Romeinen – maar de oudtestamentische figuur van Mozes als fundament van de rechten van de mens neerzet (‘Mozes’ nalatenschap’). Dat boek heeft niet veel reacties opgeroepen. Mogelijk komt dat door de bijzonderheid dat een ex-hoogleraar biologische psychiatrie op zijn oude dag (Van Praag werd geboren in 1929 en overleefde concentratiekampen) zich in het domein van het recht begeeft.

Hij wijst – hoe dan ook – effectief op het bestaan van het mozaïsche recht. Niet rechtsgelijkheid als uitgangspunt: mensen zijn ongelijk. Maar wel: mensen in hun ongelijkheid recht doen. Situaties recht doen. De geschiedenis recht doen. Een context recht doen. De Duitse taal heeft een mooie zegswijze: ‘Jede Konsequenz führt zum Teufel’. Ofwel: als je maar lang genoeg aan een principe vast houdt, kom je vanzelf in de hel. Of veel je onbegrijpelijke vonnissen.

In de casus van de Oekraïners had het principe begrensd kunnen worden door acht te slaan op een vruchtbare praktijk die niemand kwaad deed. In de casus van de burgemeester had barmhartigheid het principe kunnen beperken. Alweer: met ‘ontbrekend steunbewijs’ of een andere smoes kun je als rechter elegant uit deze hel stappen.

Heeft een rechter de ruimte voor een mozaïsche afweging?

Een van de meest instructieve juristen met wie ik in mijn leven te maken heb gehad, is John Olivier, oud-stadsjurist van Leiden. Hij wees mij ooit op ‘de sprong van Scholten’. Ik ging googelen en stuitte op de website Nederland Rechtsstaat, met een kort artikel uit 2022 over Paul Scholten. In zijn boek uit 1931 schreef hij dat het recht abstract is, terwijl de casuïstiek waarover rechters moeten oordelen concreet is. Ik citeer:

“Niets menselijks is de rechter vreemd. In het kader van liever lui dan moe: het is heel efficiënt om feiten onder algemene regels te scharen en vervolgens conclusies te trekken. De partijen krijgen waar ze recht op hebben: een objectief, uit het recht afgeleid oordeel. De persoonlijke opvattingen en overtuigingen van de rechter blijven er helemaal buiten. De rechter kan na gedane arbeid met een gerust hart naar huis gaan en hoeft geen minuut wakker te liggen van de zaken die hij die dag heeft afgehandeld. Niet hij, maar het recht beslist. Verstand op nul, blik op oneindig, volgende patiënt. De rechter kan, ja, moet gewetenloos zijn want hij is niet meer dan de spreekwoordelijke bouche de la loi, spreekbuis van de wet.
Maar als hij na zijn werk thuiskomt vindt hij misschien toch een kritisch medeweten thuis op de bank, een alter ego die hem aanspreekt op zijn handelen en zijn beslissingen. Gaat het werkelijk alleen om objectiviteit en efficiency? Heeft hij de feiten niet te veel in het keurslijf van de wettelijke regels geperst? Was de betekenis van de toegepaste regel wel zo helder en duidelijk, en objectief, als de toepassing en de motivatie in het vonnis suggereert? Was de betekenis van de regel in deze casus niet veranderd, al is het maar een klein beetje, als er meer onderzoek was gedaan naar de feiten en de omstandigheden van het geval? Was de betekenis van de feiten niet veranderd als er vanuit andere perspectieven naar was gekeken?”

‘De sprong van Scholten’ staat in het recht voor het geweten van de rechter. Je kunt een Romeinsrechtelijke regeltoepasser zijn. Maar dat is nog maar de basis. Een rechter kan zich niet achter de regels verschuilen.

Ik las dat het boek van Scholten decennialang in de curricula van de juridische opleidingen stond. En nu niet meer. Maken we daar nu de resultaten van mee, met die ‘gewetenloze’ uitspraken over de Oekraïners, de burgemeester en de btw?

First Nation soevereiniteit

Ik wil eindigen met een vrolijke noot. Romeins recht, civiel recht, common law, mozaïsch recht… en er zijn nog wel meer rechtsbronnen. In Vancouver botsten laatst twee rechtsopvattingen. Ik probeer de ontwikkeling van deze Canadese stad enigszins te volgen, omdat daar regelmatig trends zichtbaar worden die na verloop van tijd ook in onze Nederlandse steden gaan spelen.
In Vancouver weten ambtenaren en bestuurders hoe moeilijk het is om goedkope huizen te bouwen in een dure stad. De New York Times schreef over Vancouver:

“Cities have largely lost the power to say yes to construction. To prevent officials from acting against the public interest, we have drained them of the power to act in the public interest. Every decision can be appealed, every complaint must be heard, every objection weighed. We are so committed to fairness that we have lost sight of the unfairness of doing nothing.”

Gevestigde belangen, recht van bezwaar, blokkademacht. We weten er alles van. En nu duikt er plotseling een rechtsbron op die wat minder uitgaat van individuele belangen en eigendom en wat meer uitgaat van het belang van het collectief.

Het gaat om de wijk Kitsilano, aan de overkant van de fjord waar later het centrum van een miljoenenstad zou staan. In 1877 sprak de Engelse kroon af dat een gebied van 32 hectare een reservaat zou gaan uitmaken van de Squamish First Nation. Dat verdrag werd ondergewalst in de uitbundige groei van de stad. De Squamish werden verdreven en 90% van het gebied werd volgebouwd als typische Amerikaanse buitenwijk: grote kavels, bungalows, koopwoningen, parkeerterreinen.

Luchtfoto van Sen̓áḵw. Historisch inheems gebied en grootschalig door de inheemse bevolking geleid vastgoed project. Credits: Cammenwalker, Wikicommons

Maar het tij is gekeerd. Canada wil meer en meer tegemoetkomen aan de slachtoffers van het binnenlandse kolonialisme. De nazaten van de Squamish hebben compensatie gekregen voor de 90% van hun land die onder een suburb bedolven is. De overige ruimte – een verlaten spoorwegcomplex – werd alsnog onder de soevereiniteit van de Squamish First Nation geplaatst.

De Squamish willen geld verdienen met vastgoed. Geef ze eens ongelijk, uitkijkend op een van de duurste binnensteden van de wereld. Maar dan wel op hun manier. De nieuwe wijk Senakw bevat een enorme dichtheid, op nog geen vijf hectaren moeten 6000 appartementen komen. Geen parkeerplekken. Energieneutraal. Bijna allemaal betaalbare huur. Torens vol verwijzingen naar het landschap – ze zien er van een afstand uit als bergen – en aspecten van de cultuur van de First Nations (een school zalmen op de gevels). De Squamish First Nation heeft een ‘nationaal’ referendum gehouden over het ontwerp. Dat was voldoende borging om alle bezwaren van buiten – over aanbesteding, over eigendom, over uitzicht – terzijde te schuiven.

En nu? Terwijl de Squamish bouwen, kijkt de stad Vancouver stiekem of er nog andere plekken zijn die aan een First Nation kunnen worden terggegeven. Een concurrerende rechtsbron, dat had de vastgelopen stad nodig.

Gerelateerde artikelen

South Africa at a Crossroads

South Africa at a Crossroads  De Nederlanse versie is onderaan het artikel te vinden I Love South Africa, But I’m Scared   A South African trying to explain a country that even South [...]

Meer artikelen

Een woedende vriendin. Eindelijk

Een woedende vriendin. Eindelijk. Ik heb een vriendin van Turkse komaf. Ik noem haar in dit verhaal A. Ik ken haar inmiddels bijna 35 jaar. Ik heb haar nog nooit zonder hoofddoek [...]

Deel 1: de aanstaande bevolkingskrimp

Deel 1: de aanstaande bevolkingskrimp In de vorige Blaauwdruk schreef ik mijn verbazing uit over de razendsnelle daling van de vruchtbaarheid in Turkije, van net boven de vervangingsratio van 2.1 kind per vrouw [...]

Neem contact op

Neem contact met ons op via bijgaande contactgegevens. Wij komen spoedig met een reactie.

Inschrijven voor onze nieuwsbrief: