Column Ondernemersfonds #1: Generatiebestedingen

Het Ondernemersfonds. Het concept is aan onze tekentafel ontstaan. We hebben tientallen fondsen in de startfase mogen begeleiden. En we staan vele bestaande fondsen bij in ambities voor doorontwikkeling. En ieder jaar komen er weer een paar bij. Wat zijn de leereffecten van bijna twintig jaar praktijkervaring? Wat kunnen de fondsen van elkaar leren? En wat moeten initiatiefnemers van nieuwe fondsen weten als ze aan de slag gaan?

In een terugkerende column gaat Rob in op verschillende vragen. Hij komt met voorbeelden uit de praktijk en geeft zijn visie op actuele onderwerpen. Column #1: Generatiebestedingen.

Afgelopen najaar mocht ik een zaal toespreken met circa veertig ondernemers uit het Brabantse buitengebied. Acht uur beginnen. Gerinkel met koffiekopjes. Bezoekers die één voor één naar binnen schuifelen. Een paar voorzichtige begroetingen en handdrukken. Enige spanning hangt in de lucht. Zoals dat gaat bij de introductie van iets nieuws. Zeker in een groep die elkaar niet volledig kent. 

Het onderwerp van die avond: het Ondernemersfonds. Je kunt vooraf niet goed inschatten hoe zo’n avond gaat lopen. We hebben ons natuurlijk goed voorbereid. De techniek van het fonds is bekend. We hebben praktijkvoorbeelden paraat. En er is een lokaal plan ontwikkeld met een handvol ondernemers. Maar … het fonds is en blijft een investering. Hoe zeer je die investering ook spreidt over alle ondernemers. Geld is geld.

Na een klein half uur praten komt de echte ‘ijsbreker’. Het voorbeeld komt voorbij van een bedrijf op een industrieterrein. Via het lokale parkmanagement wordt een aanbod gedaan voor collectief afval ophalen. Het bedrijf meldt zich aan en weet in een klap ruim € 15.000 te besparen. De ogen in de zaal lichten op. De ruggen worden gerecht. Iedereen weet, dit zijn klinkende resultaten. Zelfs als alle andere bedrijven een fractie van dit bedrag besparen is het de investering van een paar honderd euro waard. De volgende casus komt ter tafel, gezamenlijke beveiliging. De bedrijven op de terreinen weten honderden tot duizenden euro’s op verzekeringspremie te besparen. Het feit dat ze collectief investeren in preventie en beveiliging maakt hen een interessante marktpartij voor verzekeraars. Er komen meer belangstellende vragen. Dit keer gericht aan de lokale centrummanager. Hoe krijgen ze het voor elkaar dat de gemeente zo stevig investeert in het centrum? Ook hier blijkt collectief optrekken de sleutel te zijn. Dat kost wel tijd. De eerste jaren ben je bezig met de ‘acute noden’: sfeerverlichting, promotie, een aansprekend evenement. Als de basis eenmaal staat kan je doorbouwen. Van één evenement naar een evenementenkalender. Van plantenbakken en kerstverlichting naar het aanwakkeren van grote publieke investeringen in de openbare ruimte.

Het vertrouwen in de meerwaarde van een fonds begint zich te vestigen in de zaal. Helemaal wanneer we doorpraten over de lokale energieplannen. De ambitie is om met behulp van het fonds een sprong te maken in de energietransitie. De bedoeling is om de lokaal opgewekte zonne-energie op de uitgestrekte stallen in het buitengebied te koppelen aan de grote energievraag op de industrieterreinen. Het gaat om meer dan een idee. Er staan organisaties klaar, rekenmodellen zijn in ontwikkeling. Het ontbreekt echter nog aan een goed collectief met investeringsgeld.

Het mooie van zo’n avond is dat alles bij elkaar komt. Van praktisch, klein en dichtbij tot ambitieus, verstrekkend en een stapeling van belangen. In een dynamisch fonds kom je die beide uitersten ook tegen. Alleen maar bezig zijn met praktische voorzieningen is te mager. De economie verandert razendsnel en er komen grote vragen op ondernemers af die het zinvol maken om collectief op te trekken. De energietransitie, de tekorten op de arbeidsmarkt, de vergrijzing, de transitie in de landbouw, het verschuivende winkellandschap, ondermijning en infiltratie van crimineel geld, het onder druk staande voorzieningenniveau in de dorpen, de toenemende druk en congestieproblemen in de steden. Een fonds moet daarin kunnen meebewegen, en meer zijn dan een potje geld voor praktische voorzieningen. Anders komen er vroeg of laat vragen over de actuele meerwaarde.

Luchtfietserij is het andere uiterste. Het heeft geen zin om grootste plannen aan de tekentafel te ontwerpen als ‘de basis’ ontbreekt. Een veilige bedrijfsomgeving, een sfeervol winkelgebied, een goed georganiseerd ondernemerscollectief met regelmatige bijeenkomsten, een stabiele gesprekssituatie met derden (gemeente, politie, netwerkbeheerders). Er zijn “evergreens” binnen de ondernemersfondsen die we moeten koesteren. De Sinterklaasintocht, de ‘hanging baskets’, de braderie in wijk, de surveillancebusjes op bedrijventerreinen, de jeugdsportdag namens de sportsector. Vanuit die stevige basis kan je doorbouwen.

We spreken bij Blaauwberg wel van generatiebestedingen. Het werkt precies zoals de lokale centrummanager dat omschrijft. Je begint met de acute noden, de ‘eerste generatie’. Je gaat dat fundament na verloop van tijd verder uitbouwen, de ‘tweede generatie’. En je creëert dan nog ruimte voor een ‘kop daar bovenop’. De derde generatie, visiegedreven bestedingen. Zie onderstaand schema met voorbeeld bestedingen.

Het onderscheid in ‘drie’ is natuurlijk arbitrair. De scheidslijnen zijn poreus. Je kan zelfs bestedingen bedenken die in alle drie de generaties thuis horen. In de praktijk blijkt het echter een handzaam model te zijn om het denken over bestedingen op gang te krijgen. En het grappige is dat op iedere plek weer andere bestedingen in het oog springen. De Brabantse ondernemers slaan aan op het schaalvoordeel van gezamenlijke inkoop. En ergens anders gaat het weer over netcongestie, de ‘braindrain’ of investeringen in ‘circulaire initiatieven’.

De ‘klapper’ die overal tot de verbeelding spreekt is ‘Culturele Hoofdstad Leeuwarden’. In 2018 weet de stad die Europese status naar zich toe te trekken. Het ondernemersfonds (LOF) besluit een miljoen in het programma te investeren. Dat signaal – het mkb staat hier achter en gaat ‘voor vol’ – heeft een verbluffend effect. De ene na de andere sponsor meldt zich in het kielzog van het LOF. Van grote bedrijven, en overheden tot aan publiek-private fondsen. Uiteindelijk wordt er 75 miljoen euro investeringsgeld opgehaald. Het programma is een daverend succes. Met actieve betrokkenheid van ondernemers uit verschillende sectoren en alle delen van de stad en ommeland. In Leeuwarden zijn ze al even bezig met de ‘legacy’ van 2018. Met terugkerende ‘culturele jaarevents’ en de vorming van een revolverend fonds om aansprekende exposities naar de stedelijke musea te halen. En telkens weer die verbinding maken met het diverse lokale bedrijfsleven.

Het is aan iedere plek om na te denken over de eigen ‘stip aan de horizon’. En de stapstenen die gelegd moeten worden om naar die stip toe te kunnen lopen.

We sluiten die avond in Brabant af met een klein applaus. De bezoekers gaan opgewekt en met hoopvolle verwachtingen de avond in. En dat fonds… het is er gekomen. Niet zonder slag of stoot, maar dat is voer voor een andere column.

In mijn volgende column kijken we nogmaals naar ‘generatiebestedingen’ maar dan naar de praktische kant van het verhaal. Wat heb je nodig om die ontwikkeling mogelijk te maken?
#2 Generatiebestedingen: hoe te organiseren?

Gerelateerde artikelen

Verbeeldingskracht in Deurne

Verbeeldingskracht in Deurne Deurne start per 1 januari met een Ondernemersfonds. In een eerdere nieuwsbrief deelden we al de toegift die Rob op persoonlijke titel schreef over ‘zijn dorp’. Het ambitieniveau in Deurne [...]

Ondernemersfondsen in crisistijd

Ondernemersfondsen op woz-basis hebben zich bewezen als stabiele basis voor de gezamenlijke belangen van ondernemers. Maar daarmee is het in deze crisistijd geen ‘business as usual’. De fondsen moeten nu laten zien dat ze er zijn en dat ze kunnen bijdragen aan perspectief voor de lokale ondernemers.

Een Ondernemersfonds voor onbepaalde tijd

Het Ondernemersfonds in Alblasserdam is voor onbepaalde tijd gecontinueerd. Het OFA is een klein maar zeer succesvol fonds. Zo oordeelde ook de gemeenteraad op basis van een door Blaauwberg uitgevoerde evaluatie. Met een besluit tot een ondernemersfonds voor onbepaalde tijd heeft Alblasserdam het voorbeeld gevolgd van onder meer de fondsen in Assen, Utrecht, Delft, Culemborg en Leiden.

Ondernemersfonds in Nieuwkoop

De ondernemers in Nieuwkoop beschikken per 1 januari 2020 over een Ondernemersfonds. Dat besluit heeft de gemeenteraad op 14 november genomen. Blaauwberg is betrokken geweest als adviseur van het College van B&W, die een initiatief van ondernemers had ontvangen.

Meer artikelen

Waar zijn alle meisjes heen?

Waar zijn alle meisjes heen?: Mannen- en vrouwensteden na de verkiezingen Door Aart van Bochove In India is de opmars van vrouwen goed te zien. Ze gaan massaal de straat op om [...]

Een wachtkamer in de woestijn?

Een wachtkamer in de Afrikaanse woestijn? De opa van mijn echtgenote is in 1900 geboren. Hij verdiende zijn brood met de handel in olie. Niet wat we daar tegenwoordig onder verstaan – [...]

Verbeeldingskracht in Deurne

Verbeeldingskracht in Deurne Deurne start per 1 januari met een Ondernemersfonds. In een eerdere nieuwsbrief deelden we al de toegift die Rob op persoonlijke titel schreef over ‘zijn dorp’. Het ambitieniveau in Deurne [...]

Neem contact op

Neem contact met ons op via bijgaande contactgegevens. Wij komen spoedig met een reactie.

Inschrijven voor onze nieuwsbrief: