De arbeidsmarkt door de flessenhals: hoe de demografie de arbeid gaat veranderen

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hanteert een aantal scenario’s om de toekomst van de bevolking van Nederland in kaart te brengen. De uitkomst van die scenario’s verschilt nogal. Zo weten we nu dat het aantal inwoners van Nederland in 2050 ergens tussen de 17.1 en de 21.5 miljoen zal bedragen (het zijn er nu 17.4 miljoen).

Nu lijkt 2050 nog ver weg. Maar dat valt wel mee. De baby’s die nu geboren worden, zijn tegen die tijd net met hun eerste baan bezig. De huizen die het kabinet met spoed wil bouwen vanwege de woningnood, zijn in 2050 nog niet eens toe aan groot onderhoud. 28 jaar is een overzienbare tijdschaal. En toch is er geen zekerheid over het meest basale gegeven bij het nadenken over de toekomst van het land: met z’n hoevelen zijn we dan eigenlijk?

17.1 of 21.5, je kunt het eigenlijk geen voorspelling meer noemen. In combinatie met het onzekere verloop van de klimaatadaptatie en zeespiegelstijging, doemt allicht het beeld op van heftige tijden, die veel improvisatie- en aanpassingsvermogen gaan vergen. En dat is ook zo. In dit artikel kijken we naar een enkel aspect van de volatiliteit: de arbeidsmarkt.

Conjunctuur en structuur

Vroeger konden analisten een helder onderscheid aanhouden tussen conjunctuur en structuur. De conjunctuur was een periodieke schommeling in de economie, vergelijkbaar met een hoog- en een laagseizoen. Een langdurige dip in de conjunctuur kon uiteindelijk een crisis of recessie worden. De structuur ging over langzame veranderingen van ingrijpende aard, zoals het vervangen van industrie door dienstverlening, de digitalisering, de opmars van zelfstandigen.
De aanname was steeds dat een conjuncturele crisis de structurele veranderingen versnelde. Het probleem was wel dat je dat pas achteraf wist, want niet alle structuurveranderingen worden tijdens de rit onderkend.

In onze ‘heftige tijden’ lopen structuur en conjunctuur een beetje door elkaar. We hebben bergen aan data en meten alles wat los en vast zit, maar eigenlijk weten we niet zoveel. Toch hebben we wellicht nu weer een loepzuivere casus ‘conjuncturele crisis versterkt structuurwijziging’ te pakken.

In dit geval was corona de conjunctuur. Toen corona in het voorjaar van 2020 aankwam, werd rekening gehouden met een grote werkloosheidsgolf en een zware recessie. Maar nadat corona in het voorjaar van 2022 week, kwam er een heel ander structuurverschijnsel te voorschijn. Geen werkloosheid, maar juist een enorm tekort aan arbeid.

Hadden we het kunnen zien aankomen? Waren we minder verrast geweest in het voorjaar van 2022 wanneer we in het voorjaar van 2020 wat minder in de doemstemming waren gedoken? Het antwoord op die vraag is best lastig, maar toch: twee keer ja.

Demografische transitie

Het eerste ja.

We noemden net een paar structuurveranderingen: digitalisering, meer zelfstandigen. Maar de allesoverheersende structuurverandering is iets anders: de demografie. In de kern is het probleem met een handvol getallen weer te geven:

  • In 1946 werden er in Nederland – met toen 9.3 miljoen inwoners – 285.000 baby’s geboren. En waren er 80.000 sterfgevallen
  • In 2021 werden er in Nederland – met toen 17.6 miljoen inwoners – 178.000 geboortes en 170.000 sterfgevallen.

Die 178.000 geboortes zijn er 10.000 meer dan in 2020: een soort lockdown bonus.

Belangrijker dan dit incidentele effect in deze cijfers is het late gevolg van de babyboom dat ze zichtbaar maken: een extreem grote populatie senioren. En voorlopig ook extreme aantallen arbeidsmarktverlaters. Tijdens corona zijn de jaargangen 1953, 1954 en 1955 – omstreeks 230.000 geboortes per jaar – pensioengerechtigd geworden. Die stroom gaat nog wel even door. Het geboortecijfer in 1946 was een record, maar de ’boom’ bleef nog jaren doorgaan.

Het aantal levend geboren kinderen en overledenen 1899 – 2019 (CBS), het sterftecijfer nadert het geboortecijfer (en was in 2020 al nagenoeg gelijk).

De levensverwachting bedraagt op dit moment 81 jaar. Statistisch gesproken kunnen we verwachten dat die enorme jaargang van 1946 in de aanloop naar 2027 – 81 jaar later – dus gaat uitdunnen. Het sterftecijfer zal hoe dan ook de komende jaren sterk stijgen en hoog blijven. Wie een start-up wil beginnen met verzekerd succes, gaat nu de ‘afscheidsindustrie’ in.

Pas in de tweede helft van de jaren zestig tuimelde het geboortecijfer naar beneden. En rap ook.

We meten de vruchtbaarheid van de bevolking in het aantal kinderen per vrouw. Het ‘vervangingsniveau’- een geboorte-aantal waarbij de bevolking stabiel blijft – bedraagt 2.1 kind per vrouw (dat 0.1 kind is nodig omdat niet elke nieuw geborene de volwassenheid haalt). Maar de vruchtbaarheid in Nederland ligt al jaren ver beneden dat niveau, namelijk op 1.57.

Als het gaat om de balans tussen geboortes en sterftes, zou Nederland al bijna een krimpland zijn en zou die krimp de komende twintig jaar flink versnellen. Dat Nederland toch groeit en het aantal werkenden op peil blijft – al zou je dat in deze arbeidsmarktkrapte niet zeggen – is geheel aan immigratie te danken.

Tijdens de twee pandemiejaren was de ‘vertrekdynamiek’ op de arbeidsmarkt onzichtbaar. Toen in juli 2022 het Duitse blad ‘Der Spiegel’ zich op de cover afvroeg ‘Wo sind die nur alle hin?’- had het antwoord kunnen zijn: ‘Sie sind in den Ruhestand gegangen’…

Overigens is het tekort aan arbeid in Duitsland nog een slag ernstiger dan in Nederland. De demografische transitie gaat over tal van Europese grenzen heen.

Dus ja, we hadden de krapte op de arbeidsmarkt kunnen zien aankomen. Die was er al geruime tijd, hij is door de ‘conjuncturele dip’ van corona alleen versneld manifest geworden.

Weinig arbeid, veel koopkracht

Dan het tweede ja. Die honderdduizenden marktverlaters dragen niet meer bij aan het aanbod van arbeid. Maar nog wel aan de vraag. Ze hebben in meerderheid goede pensioeninkomens, die ze graag besteden in de ‘leisure industry’. Je ziet het letterlijk terug op zomerse terrassen in provinciesteden: grote aantallen grijze hoofden wachten op bediening door de schaarse jongeren die nog niet zijn vertrokken naar de kennissteden.
Er zit op allerlei plekken enorm veel geld. Het financieren van de energietransitie is vooral een kwestie van slim arrangeren, maar het geld op zich is het probleem niet. de handen en hoofden om de transitie uit te voeren, daar knelt het.

Nu kun je rampen nooit uitsluiten. Oorlogen, hyperinflatie, een paar horrorwinters of –zomer op rij, de terugkeer van de pandemie: het blijft een heftige wereld. Maar als grote disrupties uitblijven, zal de mismatch tussen het aanbod van arbeid (te klein) en de vraag naar goederen en diensten (te groot) zo blijven, totdat ergens omstreeks 2040 de demografische transitie echt voorbij is.

Conventionele oplossingen

Wat kunnen we doen aan die mismatch? Er zijn een paar opties:

  • De arbeidsparticipatie vergroten. Dat lijkt op dit moment vanzelf te gaan gebeuren. Het aantal werkenden is nog nooit zo hoog geweest als in de nazomer van 2022. Zelfs het beruchte Nederlandse vroegpensioen is op z’n retour: de arbeidsparticipatie van 55-plussers groeit snel. Maar het is lastig om hier echt op te rekenen. Na twee jaar van lockdowns is de hele beroepsbevolking in beweging gekomen, iedereen waagt kansen; sommige sectoren en bedrijven hebben een personeelsverloop van 20% op jaarbasis, de markt is enorm dynamisch. Maar de boel gaat wel weer settelen. Er is een grens aan wat mensen aan uren kunnen maken en aan het tempo waarin ze van baan willen wisselen. Bovendien betekent elke werkende erbij ook weer een extra vraag naar arbeid: er zijn kinderen om voor te zorgen, werkplekken om schoon te maken, forensen te vervoeren
  • De immigratie bevorderen. Ook dat is een beperkt soelaas. In onze Europese omgeving zijn veel meer landen met een arbeidstekort. We kunnen wat verder weg kijken, naar de randen van de Europese Unie. Maar Nederland heeft zich met de heren Baudet en Wilders niet populair gemaakt. Spanjaarden, Polen en Roemenen hebben een keuze. In de hoogtijdagen van de trek van de mediterrane gastarbeiders (jaren zeventig) werd over Nederland al gezegd: ‘ze zien liever mijn handen dan mijn gezicht’. Dat is voor veel migranten nog steeds zo
  • Automatisering en digitalisering. Alweer: die zullen enig soelaas bieden, maar geen echte oplossing. Anders dan 40 jaar geleden is in het overgrote deel van het werk menselijk contact essentieel. We leven in een praateconomie, met een grote rol voor de zogenaamde ‘21st century skills’: communiceren, vragen stellen, verbindingen leggen, context in acht nemen, verantwoordelijkheid nemen.

Alle beetjes helpen, maar de conventionele opties zijn niet genoeg om door de flessenhals van de demografische transitie te kruipen.

Wat nog meer?

We komen met twee ‘voorspellingen’:

  • De arbeid zal anders georganiseerd worden. Er gaat nu veel tijd heen met controles, toezicht, systeemdruk. De thuiszorg loopt leeg op de regeldruk van overheid en verzekeraars. Overal zijn historische voorbeelden van. Laten we maar eens een – toegegeven: beetje rare – vergelijking maken. In het hoogmiddeleeuwse Europa woonde 85% van de bevolking op het platteland. Werk was daar verbonden met de feodale horigheid. Dat was de systeemorganisatie van die tijd. Er bestond geen vrij ondernemerschap. Mensen waren gebonden aan grond en autoriteit. De grote pandemie van de 14de eeuw (de Zwarte Dood) roeide een groot deel van de bevolking uit. Dat was een tragedie van de eerste orde. Maar voor de overlevenden was er plotseling perspectief. Ze waren met weinigen, ze konden kiezen, mobiel worden, autonomie opbouwen. De ‘bazen’ moesten hun best doen voor hun loyaliteit. De Zwarte Dood gaf een impuls aan het vroege kapitalisme, in de zin van economische vrijheid. Nogmaals: het is een rare vergelijking. Maar toch is het de vraag of grote systeemorganisaties met hun controledruk nog houdbaar zijn.
    Een klein en alledaags voorbeeld: door het tekort aan chauffeurs lukt het niet om jonge leerlingen van het speciaal onderwijs op tijd op school te krijgen. Nu komen die kinderen soms uit gezinnen waar al andere ondersteuners actief zijn, bijvoorbeeld de thuiszorg. Ook daar zijn tekorten, maar het kan in gesettelde situaties voorkomen dat de thuiszorg het kind naar school wil en kan brengen. En zelfs mee gaat naar een ouderavond. Maar dat mag allemaal niet van de protocollen van het zorgkantoor. Nu hebben we een hoogopgeleide beroepsbevolking (ook de thuiszorg kom je niet meer in zonder diploma’s). wie gaat dit winnen, de thuiszorg die competent genoeg is om situationeel te handelen? Of het protocol van het zorgkantoor?
    De beroepsbevolking gaat de komende twintig jaar ongekend veel ruimte om autonomie opeisen. De managerseconomie krijgt het moeilijk
  • Er gaat debat komen over nut en noodzaak van sommige economische activiteiten. Het wordt geen oorlogseconomie: in zo’n economie wordt centraal bepaald wie wat gaat produceren. Het gaat meer sluipenderwijs. Zo zijn er drie maatschappelijke basiswaarden: veiligheid, zorg en onderwijs. Maar ook die basiswaarden zijn niet absoluut. Zo is er een Integraal Zorg Akkoord in de maak (IZA). Het uitgangspunt van dit akkoord is opmerkelijk genoeg nu eens niet het geld, maar de arbeid. Op dit moment werkt een op de 12 Nederlanders in de zorg. Dat mogen er van het IZA niet meer worden, omdat er anders te weinig arbeid voor andere dingen overblijft.
    Verder komt er zeker een bonus voor techniek, met gratis studies en hogere lonen. Andere sectoren zullen wat wegzakken. Zeer recent verschenen berichten dat tuinders in het Westland overwegen om deze winter niet meer te produceren, omdat de tomaten door de gestegen gasprijzen veel te duur zouden worden. De vraag is of de arbeidsmigranten die nu het werk in de kassen doen, in het voorjaar nog terug te lokken zijn. Nu is het Westland natuurlijk een prachtig ecosysteem. Maar toch: wil je met dure geïmporteerde energie en geïmporteerde, niet echt welkome migrantenarbeid een productie in stand houden? Of toch maar terug naar de situatie van veertig jaar geleden dat de tomaat een zomergroente was uit de volle Spaanse grond?

Het wordt ongelooflijk spannend op de arbeidsmarkt.

Meer artikelen

Opinie: een Nederlandse ‘Treuhand’ voor de stikstofwende?

De stikstofcrisis houdt het land in zijn greep. Het dossier lijkt muurvast te zitten. En dat terwijl het gaat om uiteindelijk slechts een deelbelang van de economie. Kunnen we iets leren van de Duitsers die de Oost-Duitse economie in vier jaar tijd klaar heeft gestoomd voor de westerse markteconomie?

Neem contact op

Neem contact met ons op via bijgaande contactgegevens. Wij komen spoedig met een reactie.