We want to go to a police station

Zomercolumn Aart van Bochove

Ik ben geboren in 1956. In november van dat jaar brak in Hongarije een opstand uit tegen het communistische regime. De internationale spanning liep zo hoog op, dat het kabinet de Nederlandse bevolking opriep om noodvoorraden aan te leggen. Nog jaren later zette mijn moeder in de zomer campingboter op tafel, uit grote blikken, een restant van die noodvoorraad. Zo gingen ‘hamsteren’ en ‘opstand’ al in de kleutertijd mijn woordenschat in. 


Toen ik later politiek actief werd, was dat rondom thema’s als vrede en veiligheid: kernraketten, militaire doctrines, vijandbeelden, de Muur, de wapenwedloop. Een reis naar Berlijn was een avontuur, met tot twee maal toe uitgesproken barse grenscontroles. Eerst vlak achter Helmstedt en vervolgens bij de entree van West-Berlijn. En even verderop lagen gemilitariseerde samenlevingen. Ooit was ik iets verloren in Oost-Berlijn. Als brave Nederlander ging je in die omstandigheid naar het politiebureau. Maar dat was daar anders. “Niemand gaat bij ons naar de politie”.    

 

Vanaf de vroege jaren negentig was ik een aantal keren als trainer in de Baltische staten. De trainingen in democratische vaardigheden gingen uit van de Nederlandse Eduardo Frei Stichting. De vijand was intussen gereduceerd tot de ‘homo sovieticus’: een passieve en gehoorzame mensensoort, niet gebouwd op het aangaan van een discussie en het maken van een keuze. De deelnemers waren vaak gloednieuwe leden van voor het eerst vrijgekozen gemeenteraden. Onwennig, nationalistisch, vol historische frustraties. Alleen het begrip ‘Baltische staten’ was al een historische schim: drie kleine landen die tussen 1920 en 1940 onafhankelijk waren geweest en toen weer achter het ‘ijzeren gordijn’ verdwenen. Zelfs voor geroutineerde ‘oostblokreizigers’ waren grote delen van die landen geheel onbekend. Kaunas, het economisch centrum van Litouwen,was een ‘verboden stad’. De landen doken na de val van de Sovjet-Unie in 1991 op als schipbreukelingen van de geschiedenis. Vervuld, verarmd, gemilitariseerd.

 

Het kan snel gaan. Kaunas, Vilnius, Riga en Tallin zijn nu alweer jarenlang comfortabele bestemmingen voor citytrips. Prachtige steden met een goede toeristische infrastructuur.  
Afgelopen zomer vond ik het tijd om zelf te gaan kijken, niet als politicus of als trainer, maar als toerist. En over land, niet met het vliegtuig. Mijn partner wilde wel rijden (ik ga rijbewijsloos door het leven). We houden de vraag of het wel aardig is om je partner te vragen om binnen twee weken heen en weer naar Estland te rijden (nog steeds 2000 kilometer ver), maar even voor wat die is. Wat kom je – geboren in het jaar van de Hongaarse opstand - tegen? Let op:

 

  • Op de Autobahn bij Helmstedt rij je zonder vaart te minderen voorbij een monument voor de ‘Deutsche Teilung 1945-1990’

 

  • Berlijn passeer je ongemerkt. Berlijn kreeg als Europese metropool pas in de jaren negentig een ringstructuur. En het inzicht was inmiddels: houdt die ring zo ver mogelijk buiten de stad. Doorrijden maar

 

  • Bij Frankfurt begint Polen en houdt de eurozone op. Eerst naar de flappentapper, want de tol op de autoweg moet met zloty’s worden betaald

 

  • De autoweg van Frankfurt naar Warschau is de modernste en snelste van Europa. Een paar uur ‘blazen’, en je bent er. Het klassieke Poolse wegbeeld – alle verkeersoorten door elkaar op een tweebaansweg met een kruissnelheid van omstreeks 60 kilometer - begint pas voorbij Warschau

 

  • Litouwen rij je binnen via een leeg grenscomplex. De Baltische staten horen al weer jaren bij Schengen. Geen uniform meer te bekennen. En als laatste van de drie hoort Litouwen sinds 1 januari 2015 ook bij de euro. Je komt na de zlotyzee op een euro-eiland. Ik verwachtte nog niet veel te zien van het internationaal mengen van munten: zoveel euro’s gaan er nu ook weer niet heen en weer tussen Litouwen en het euro-vasteland. Maar al na de eerste uitgave kreeg ik bij het wisselgeld een Cypriotisch dubbeltje in mijn hand. Je kunt je fantasie er op los laten: hoe een dubbeltje uit Cyprus in Litouwen verzeild raakt…

 

  • De grenzen van Letland en Estland volgende. Lege gebouwen, geen uniformen.

 

Drie landen met een loodzware geschiedenis. Nog geen kwart eeuw weer zichtbaar op de kaart van Europa. Samen niet meer inwoners dan twee keer de provincie Zuid-Holland. Vier onderling volkomen onuitwisselbare talen: Ests, Lets, Litouws en Russisch. En kijk nu eens: weg grenzen, weg controles. Internationaal betaalmiddel. Productinformatie volgens EU-normen op etiketten in al die vier talen.

 

Het was de zomer van Griekenland en van de dreiging van een grexit. Het was ook de eerste zomer van de ene munt in het hele Balticum. Toen het ‘window of opportunity’ in 1991 open ging, stonden deze drie landen er niet perse  beter voor dan Oekraïne, Wit-Rusland en Moldavië. We weten hoe dat nu is. Alweer: het kan snel gaan.

 

Zijn er nog wensen? Natuurlijk.
Op de terugweg worden we vlak voor de Letse grens aangehouden. Een uniform! De agent deelt ons mee dat we de maximumsnelheid met 33 kilometer hebben overschreden. Dat gaat ons een ‘punishment’ van 160 euro kosten. Kijk maar, op het filmpje: mijn partner ziet een zilvergrijze auto wegschieten, met daaronder die 123 kilometer. In de allerlaatste seconde komt haar rode auto in beeld. Onze eigen tomtom gaf een heel ander beeld. Maar je bent geïntimideerd en wilt door. De agent kondigt aan dat we terug moeten naar Riga om het geld over te maken en een protocol op te halen, wat we bij hem weer kunnen inwisselen tegen het rijbewijs. Nadat we de omslachtigheid van zijn machtswoord tot ons hebben laten doordringen, vraagt hij of we het contant hebben. En ja hoor, er vindt gesjacher plaats. Hij lijkt met 80 euro genoegen te nemen. Het gaat allemaal heel snel en plotseling hoor ik mezelf zeggen: ‘I don’t want to cooperate with corruption. We want to go to a police station to report this incident’. De situatie kantelt onmiddellijk. Ik moet nog twee keer zeggen dat ik naar een politiebureau wil (heb me al verzoend met een dag tijdsverlies), maar dan is het over. We kunnen gaan.

 

Het is een schoolvoorbeeld van corruptie: misbruik van overheidsmateriaal, misbruik van een overheidsfunctie, reputatiebederf voor het land; allemaal voor een kleine opplussing van het nog steeds bescheiden, maar acceptabele salaris. Het enige gesprek met een uniform van de hele reis, bedierf alsnog de pret. 


Maar toch weer niet. De corruptie ging uit van het individu. Een appel op de institutie – ‘we want to go to  a police station’- was voldoende om het incident te kantelen. Een even kort zinnetje als het ‘Niemand gaat bij ons naar de politie’ uit het oude Oost-Berlijn. Maar wat een verschil…         


Terug naar het overzicht

 
 

Meer Blaauwberg?

Meld u nu aan voor de (gratis) Blaauwberg nieuwsbrief. U ontvangt driemaal per jaar een afwisselend aanbod aan thematische diepgang, analyse en good-practice. Enkele onderwerpen; regionale economische structuurversterking, werken met het clustermodel, de Lissabon doelstelling en uw regio, bestuurlijke samenwerking in de praktijk, ondernemerschap als drager van het voorzieningenniveau en economische dynamiek als sleutelbegrip voor bestrijding jeugdwerkloosheid.