Reversal of Fortune

Naast zijn werkzaamheden voor Blaauwberg volgt Rob een deeltijdstudie Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht.


Recent heeft Rob zich bezig gehouden met de koloniale geschiedenis van Noord- en Zuid-Amerika. Erg leerzaam, zelfs voor de dagelijkse werkpraktijk. Interessant is de economische ontwikkeling die beide Amerika’s hebben doorgemaakt. Aanvankelijk werd er in het Spaanse Zuid-Amerika het meeste geld verdiend, vooral door de export van veel zilver. Vanaf eind 18e eeuw is dat beeld volledig gekanteld in het voordeel van het Angelsaksische noorden. Hoe kunnen we dit verklaren? En kunnen we hier nu nog iets van leren?
 

De ‘reversal of fortune’ heeft vooral te maken met verschillende instituties in beide continenten. Andere organisatievormen, ingesleten patronen, regels, wetten en marktordeningsprincipes. De Spanjaarden importeerden in Zuid-Amerika zogenaamde extractieve instituties, gericht op het leegroven van het land ten behoeve van een kleine Spaanse elite. Werkelijk de hele maatschappij was ingericht om zoveel mogelijk zilver te verschepen naar Spanje, zelfs als dat betekende dat een groot deel van de bevolking arm was en arm bleef. De Engelsen waren aanvankelijk ook uit op het snelle geld maar hadden in Noord-Amerika minder ‘geluk’. Er was geen zilver en een te kleine inheemse populatie om voor ze te laten werken. De kolonisten moesten het grotendeels zelf doen en ontwikkelden inclusieve instituties ten behoeve van grote delen van de populatie – uitgezonderd de in het Zuiden werkzame slaven en de inheemse populatie.

Op korte termijn floreerde de economie van Zuid-Amerika. Zilver was gewild en de inzet van goedkope slavenarbeid maakte het economisch erg lucratief. Een kleine elite profiteerde en trok zich terug op grote haciënda’s. Op lange termijn streefde het Noorden de Latijns Amerikaanse economie echter voorbij. Vrijheid van ondernemerschap, bescherming van het particulier bezit, de democratische inrichting van het lokale bestuur en andere inclusieve instituties zijn uiteindelijk van doorslaggevend belang geweest. Inmiddels gaat het in Zuid-Amerika al lang niet meer over het zilver, maar de ingesleten patronen van toen drukken nog steeds hun stempel op inrichting van de economie en de politiek. Corruptie,  zelfverrijking en machtsusurpatie komen meer voor in Zuid dan in Noord-Amerika.
 

Wat kunnen we hier nu van leren? Ik kom tot vier belangrijke leereffecten.

  • ‘History matters’: we kunnen bepaalde bestaande situaties pas goed doorgronden en verklaren met een blik op de geschiedenis. Keuzes in het verleden kunnen lange consequenties hebben.

 

  • Het belang van instituties. We zijn geneigd om bestaande situaties te duiden in termen van geografie of culturele verschillen, maar het zijn veelal onze zelf gekozen maatschappelijke patronen en afspraken die van doorslaggevend belang zijn.

 

  • Het belang van zelfbestuur en lokale autonomie. Het Spaans Amerikaanse rijk heeft zich nooit kunnen ontworstelen aan centrale sturing vanuit Madrid. De economie stond niet in dienst van de eigen populatie, maar in Spaanse dienst. Dat was compleet anders in Noord-Amerika met veel meer zelfbestuur, democratie en lokale autonomie.

 

  • Les tegen het snelle geld. De export van grondstoffen is vooral op korte termijn lucratief. Het creëren van robuuste welvaart komt neer op het uitlokken van ondernemersinitiatief, bescherming van privaat bezig en goed organiseren van het economische speelveld. Een les die de huidige olieproducerende landen ter harte zouden kunnen nemen.  

Vertel anderen over deze nevenactiviteit!

 
 

Meer Blaauwberg?

Meld u nu aan voor de (gratis) Blaauwberg nieuwsbrief. U ontvangt driemaal per jaar een afwisselend aanbod aan thematische diepgang, analyse en good-practice. Enkele onderwerpen; regionale economische structuurversterking, werken met het clustermodel, de Lissabon doelstelling en uw regio, bestuurlijke samenwerking in de praktijk, ondernemerschap als drager van het voorzieningenniveau en economische dynamiek als sleutelbegrip voor bestrijding jeugdwerkloosheid.